Nieuw

De Joodse rol in de Bolsjewistische Revolutie en Ruslands prille Sovjetregime

Russian Imperial family 1913 - clockwise from top - the Romanov family Ivan Kharitonov, Alexei Trupp, Anna Demidova, Eugene Botkin (wikipedia)

Een beoordeling van de grimmige legende van het Sovjetcommunisme

Geschreven door Mark Weber, vertaald door Donderwoud Oswaldssen

In de nacht van 16 op 17 juli 1918 vermoordde een groep van de Bolsjewistische geheime politie Rusland’s laatste keizer, Tsaar Nicolaas II, samen met zijn vrouw, Tsaritsa Alexandra, hun veertienjarige zoon, Tsarevitsj Alexis, en hun vier dochters. Ze werden gedood in een kogelregen in de kelder van het huis in Jekaterinenburg, een stad in het Oeraalgebied, waar ze gevangen werden gehouden. Hun dochters werden doodgestoken. Om een cult rond de Tsaar’s dood te voorkomen werden de lichamen verplaatst naar het platteland en aldaar haastig in een geheim graf begraven.

Bolsjewistische autoriteiten meldden aanvankelijk dat de Romanovkeizer doodgeschoten was nadat er een samenzwering om hem te bevrijden werd ontdekt. Geruime tijd werd de dood van de keizerin en de kinderen geheim gehouden. Sovjethistorici beweerden geruime tijd dat plaatselijke Bolsjewieken op eigen houtje hebben gehandeld en dat Lenin, de oprichter van de Sovjetstaat, niets te maken had met de moord.

In 1990 kondigde de Moskouse schouwspeler en historicus Edward Radzjinski het resultaat van zijn gedetailleerde onderzoek naar de moorden aan. Hij onthulde de memoires van Lenin’s bodyguard, Aleksej Akimov, die vertelde over hoe hij persoonlijk Lenin’s executiebevel bezorgde aan het postkantoor. De telegram was ook ondertekend door het hoofd van de Sovjetregering, Jakov Sverdlov. Akimov heeft de originele band gehouden als bewijs van het geheime bevel.

Radzjinski’s onderzoek bevestigde waar eerder bewijsmateriaal al op wees. Leon Trotski – een van Lenin’s naaste collega’s – onthulde jaren ervoor al dat Lenin en Sverdlov samen de beslissing om de tsaar en zijn familie te vermoorden hadden gemaakt. Herinnerend aan een gesprek in 1918 schreef Trotski:

“Mijn volgende bezoek aan Moskou vond plaats achter de [voorlopige] val van Jekaterinenburg [aan anti-Communistische machten]. Sprekend met Sverdlov, vroeg ik terloops: “Oh ja, en waar is de tsaar?” “Afgemaakt,” antwoordde hij. “Hij is doodgeschoten.” “En waar is de familie?” “De familie is samen met hem afgemaakt.” “Iedereen?,” vroeg ik, blijkbaar met een spoor van verrassing. “Iedereen,” antwoordde Sverdlov. “Wat is ermee?” Hij wachtte op mijn antwoord. Ik antwoordde niet. “Wie heeft de beslissing gemaakt?,” vroeg ik. “We hebben het hier besloten. Iljitsj [Lenin] geloofde dat we de Witten geen levend symbool om te vereren zouden moeten achterlaten, met name onder de huidige moeilijke omstandigheden.” Ik vroeg geen verdere vragen en zag de zaak als gesloten.”

Recent onderzoek door Radzjinski en anderen bekrachtigt het verslag gegeven door Robert Wilton, correspondent van de London Times in Rusland voor 17 jaar. Zijn verslag, The Last Days of the Romanovs, oorspronkelijk uitgegeven in 1920, en heruitgegeven in 1993 door het Institute for Historical Review – is grotendeels gebaseerd op de bevindingen van een gedetailleerd onderzoek uitgevoerd door Nikolaj Sokolov in 1919 onder het gezag van de “Witte’ (anti-Communistische) leider Alexander Koltsjak. Wilton’s boek blijft een van de meest nauwkeurige en volledige verslagen van de moord op Rusland’s keizerlijke familie.

Een goed begrip van geschiedenis is lange tijd de beste gids geweest om het heden te bevatten en op de toekomst te anticiperen. Aldus zijn mensen het meest geïnteresseerd in historische vraagstukken tijdens crisistijden, wanneer de toekomst het meest onzeker eruit ziet. Met de val van het communistisch bewind in de Sovjet-Unie, 1989-1991, en toen de Russen worstelden met het bouwen van een nieuw bewind op de overblijfselen van het oude werden historische vraagstukken zeer actueel. Velen vroegen zich bijvoorbeeld af hoe de Bolsjewieken, een kleine beweging geleid door de leringen van de Duits-Joodse sociale filosoof Karl Marx erin slaagden om controle over Rusland te nemen en een wreed en despotisch regime op haar bevolking kon leggen.

In recente jaren hebben Joden alom de wereld angstige bezorgdheid geuit over het spook van antisemitisme in de landen van de voormalige Sovjet-Unie. In dit nieuwe en onzekere tijdperk wordt ons verteld dat onderdrukte gevoelens van haat en razernij jegens Joden wederom geuit worden. Volgens een opinieonderzoek uit 1991 bijvoorbeeld blijkt dat de meeste Russen willen dat alle Joden het land verlaten. Echter, waarom is dit anti-Joodse sentiment zo wijd verspreid tussen de volkeren van de voormalige Sovjet-Unie? Waarom beschuldigen zo veel Russen, Oekraïners, Litouwers en anderen “de Joden” van zoveel ongeluk?

Een taboeonderwerp

Hoewel Joden officieel gezien nooit meer dan 5% van de bevolking uitmaakten, speelden zij een hoogstens disproportionele en waarschijnlijk beslissende rol in het vroege Bolsjewistische regime, waar zij werkelijk de Sovjetregering overheersten in haar eerste jaren. Sovjethistorici, samen met hun collega’s in het Westen, gaven de voorkeur aan zwijgen over dit onderwerp. De feiten, echter, kunnen niet ontkend worden.

Met de opvallende uitzondering van Lenin (Vladimir Oeljanov) waren de meeste van de leidende communisten die de controle over Rusland namen in 1917-1920 Joden. Leon Trotski (Leo Bronstein) leidde het Rode Leger en hij was, voor een korte tijd, hoofd van buitenlandse zaken. Jakov Sverdlov (Solomon) was zowel de uitvoerende secretaris van de Bolsjewistische partij alsook voorzitter van het Centraal Uitvoerend Comité – hoofd van de Sovjetregering. Grigori Zinovijev (Hirsch Apfelbaum) leidde de Communistische Internationaal (Comintern), het centrale agentschap voor het spreiden van de revolutie in het buitenland. Andere prominente Joden zijn de commissaris van de pers Karl Radek (Sobelsohn), buitenlandse zaken commissaris Maxim Litvinov (Wallach-Finkelstein), Leo Kamjanev (Rosenfeld) en Mojsje Oeritski.

Lenin zelf was grotendeels Russisch en Kalmuks, maar ook een kwart Joods. Zijn maternale grootvader, Israel (Alexander) Blank, was een Oekraïnse Jood die later gedoopt werd in de Russisch Orthodoxe Kerk.

Een diepgaande internationalist zijnde zag Lenin etnische en culturele loyaliteit met minachting. Hij had weinig respect voor zijn eigen landgenoten. “Een intelligente Rus,” zo zei hij ooit, “is bijna altijd een Jood of iemand met Joods bloed in zijn aderen.”

Doorslaggevende ontmoetingen

De Joodse rol in de communistische machtsovername in Rusland was waarschijnlijk doorslaggevend.

Twee weken voor de Bolsjewistische “Oktoberrevolutie” van 1917 riep Lenin een geheime ontmoeting bijeen in Sint-Petersburg (Petrograd) waar sleutelfiguren van het Centrale Comité van de Bolsjewistische partij de noodlottige beslissing tot een gewelddadige machtsovername namen. Van de twaalf personen die deelnamen aan deze beslissende vergadering waren er vier Russisch (inclusief Lenin), één Georgisch (Stalin), één Pools (Dzjerzjinski) en zes Joods.

Om de machtsovername te leiden werd een zevenkoppig “Politiek bureau” gekozen. Het bestond uit twee Russen (Lenin en Boebnov), één Georgiër (Stalin) en vier Joden (Trotski, Sokolnikov, Zinovijev en Kamjanev). Intussen vestigde de Petersburg (Petrograd) Sovjet – wiens voorzitter Trotski was) – een achttienkoppig “Militair Revolutionair Comité” om de machtsovername uit te voeren. Daarin zaten acht (of negen) Russen, één Oekraïner, één Pool, één Kaukasiër en zes Joden. Tenslotte werd om de organisatie van de revolutie te overzien een vijfkoppig “Revolutionair Militair Centrum” door de Bolsjewistische Centraal Comité  als opdrachtgever gevestigd. Het bestond uit één Rus (Boebnov), één Georgiër (Stalin), één Pool (Dzjerzjinski) en twee Joden (Sverdlov en Oeritski).

Hedendaagse waarschuwende stemmen

Goedgeïnformeerde waarnemers, zowel binnen als buiten Rusland, merkten destijds de cruciale Joodse rol in het Bolsjewisme op. Winston Churchill waarschuwde in een artikel gepubliceerd in de London Illustrated Sunday Herald editie van 8 february 1920 dat het Bolsjewisme een “wereldwijde samenzwering is om beschaving omver te werpen en voor de reconstitutie van de samenleving op basis van gearresteerde ontwikkeling, jaloerse kwaadwilligheid en onmogelijke gelijkheid.” De verheven Britse politieke leider en historicus ging verder:

“Er is geen behoefte om het deel van de schepping van Bolsjewisme en in het brengen van de Russische Revolutie door deze internationale en grotendeels atheïstische Joden te overdrijven. Het is duidelijk een zeer grote; waarschijnlijk is het belangrijker dan alle anderen. Met de opmerkelijke uitzondering van Lenin is de meerderheid van de leidende figuren Joods. Bovendien komt de principiële inspiratie en drijvende kracht van Joodse leiders. Aldus is Tsjisjerin, een zuivere Rus, verduisterd bij zijn nominale ondergeschikte, Litvinov, en de invloed van Russen als Boecharin en Loenatsjarski kan niet vergeleken worden met de macht van Trotski of Zinovijev, de dictator van het Rode Citadel (Petrograd), of Krassin of Radek – allen Joods. In de Sovjet instituties is deze overheersing van Joden nog verbazingwekkender. De prominente, zo niet voornaamste, rol in het systeem van terrorisme toegepast door de Buitengewone Commissies voor het Bestrijden van de Tegenrevolutie [Tsjeka] wordt genomen door Joden en in sommige opmerkelijke gevallen door Jodinnen.

Vanzelfsprekend zijn de meest intenste passies van wraak opgewonden in de harten van het Russische volk.”

David R. Francis, de Amerikaanse ambassadeur in Rusland, waarschuwde in bericht van januari 1918 aan Washington: “de Bolsjewistische leiders hier, waarvan de meeste Joden zijn en 90% teruggekeerde ballingen, geven weinig om Rusland of ieder ander land, maar zij zijn internationalisten en proberen een wereldwijde socialistische revolutie te beginnen.”

De Nederlandse ambassadeur in Rusland, Oudendyke, maakte hetzelfde punt een paar maanden later: “Tenzij het Bolsjewisme onmiddellijk in de kiem gesmoord wordt zal het zich verspreiden in een of andere vorm over Europa en de hele wereld zoals het georganiseerd en uitgewerkt wordt door Joden die geen nationaliteit hebben en wiens enige doel het vernietigen van de bestaande orde is voor eigen doeleinden.”

“De Bolsjewistische Revolutie,” verklaarde een toonaangevend Joods-Amerikaans nieuwsblad, “was grotendeels het product van Joods denken, Joodse ontevredenheid en de Joodse poging tot reconstructie.”

Als ene uitdrukking van haar radicale anti-nationalistische karakter vaardigde de prille Sovjetregering een decreet dat van antisemitisme een misdaad maakte in Rusland. De nieuwe communistische regering werd vervolgens de eerste in de wereld om all uitdrukkingen van anti-Joods sentiment streng te straffen. Sovjetfunctionarissen zagen zulke maatregelen blijkbaar als essentieel. Gebaseerd op nauwkeurige waarnemingen tijdens een lang verblijf in Rusland meldde de Joods-Amerikaanse geleerde Frank Golder in 1925 dat “omdat zoveel van de Sovjetleiders Joods zijn, antisemitisme groeit [in Rusland], met name in het leger [en] tussen oude en nieuwe intelligentsia die druk bevolkt worden door de zonen van Israël.”

Standpunten van historici

De situatie destijds samenvattend schreef de Israëlische historicus Louis Rapoport:

“Onmiddellijk na de [Bolsjewistische] Revolutie waren veel Joden euforisch over hun grote vertegenwoordiging in de nieuwe regering. Lenin’s eerste Politburo werd overheerst door mannen van Joodse oorsprong.

Onder Lenin werden Joden betrokken in alle aspecten van de Revolutie, inclusief haar vuilste werk. Ondanks de communistische geloften om antisemitisme uit te roeien verspreidde het razendsnel na de Revolutie – gedeeltelijk door de aanwezigheid van zo veel Joden in de Sovjetadministratie, alsook in de traumatische, inhumane Sovjetisering driften die kwamen. Historicus Salo Baron merkte op dat een immense disproportioneel nummer van Joden lid werden van de nieuwe Bolsjewistische geheime politie, de Tsjeka, en velen van hen die te maken kregen met de Tsjeka werden doodgeschoten door Joodse naspeurders.

Het gezamenlijke leiderschap dat ontstond in Lenin’s laatste dagen werd geleid door de Jood Zinovijev, een spraakzame, gierige, krullenbol wiens ijdelheid geen grenzen kende.”

“Iedereen die de pech had om in handen te vallen van de Tsjeka,” schreef de Joodse historicus Leonard Schapiro, “had een grote kans om zichzelf geconfronteerd te zien, en mogelijk doodgeschoten te zien, door een Joodse naspeurder.” In Oekraïne “Joden waren bijna 80% van de agenten” rapporteert W. Bruce Lincoln, een Amerikaanse professor van Russische geschiedenis. (Begonnen als de Tsjeka, of Vetsjeka) de Sovjet geheime politie was later bekend als de GPU, OGPU, NKVD, MVD en KGB.)

In dit licht is het geen verrassing dat Jakov M. Joerovski, de leider van de Bolsjewistische sectie dat de moord op de tsaar en zijn familie uitvoerde, Joods was, net als Sverdlov, de Sovjetleider die samen met Lenin het executiebevel ondertekende.

Igor Sjafarevitsj, een Russische wiskundige van wereldstatuur, heeft de Joodse rol in het omverwerpen van de Romanovmonarchie en de vestiging van communistisch heerschappij in zijn land sterk bekritiseerd. Sjafarevitsj was een leidende dissident tijdens de laatste decennia van de Sovjet-Unie. Als vooraanstaand mensenrechtenactivist was hij medeoprichter van het Comité ter Verdediging van Mensenrechten in de Sovjet-Unie.

In Russophobia, een boek tien jaar vóór de val van de communisten geschreven, merkte hij op dat Joden “verbazingwekkend” talrijk waren tussen het personeel van de Bolsjewistische geheime politie. De kenmerkende Joodsheid van de Bolsjewistische uitvoerders, zo zei Sjafarevitsj, is hoogst opvallend in de executie van Nicolaas II:

“Deze rituele daad symboliseert het einde van eeuwen van Russische geschiedenis, zodat het enkel vergeleken kan worden met de executie van Karel I van Engeland of Lodewijk XVI in Frankrijk. Het lijkt dat vertegenwoordigers van een onbelangrijke etnische minderheid zich zo ver mogelijk van deze pijnvolle daad moeten houden, hetgeen in de gehele geschiedenis kan weerkaatsen. Echter wat voor namen komen wij tegen? De executie werd persoonlijk overzien door Jakov Joerovski die de tsaar doodschoot; de president van de lokale Sovjet was Beloborodov (Vaisbart); het persoon verantwoordelijk voor de algemene administratie in Jekaterinenburg was Sjaja Golosjtsjekin. Om het beeld af te maken was er op de muur van de kamer waar de executie plaatsvond een tweeregelige vers van een gedicht van Heine (geschreven in het Duits) over koning Balthazar, wie Jehova had beledigd en vervolgens voor deze belediging werd vermoord.”

In zijn boek uit 1920 gaf de Britse veteraan-journalist Robert Wilton een vergelijkbaar harde beoordeling:

“Het hele verhaal van Bolsjewisme in Rusland is onuitwisbaar bedrukt met een zegel van een vreemde invasie. De moord op de tsaar, opzettelijk gepland door de Jood Sverdlov (die naar Rusland kwam als een betaalde agent voor Duitsland) en uitgevoerd door de Joden Golosjtsjekin, Syromolotov, Safarov, Vojkov en Joerovski, is geen daad van het Russische volk, maar van haar vijandige binnendringer.”

In de strijd voor de macht die volgde op Lenin’s dood in 1924 kwam Stalin als winnaar uit de strijd, waarna hij vervolgens bijna alle prominente vroege Bolsjewistische leiders – inclusief Trotski, Zinovijev, Radek en Kamnajev – de dood bezorgde. Met de tijd, en met name na 1928, verkleinde de Joodse rol in het topleiderschap van de Sovjetstaat en haar communistische partij opmerkelijk.

Zonder proces ter dood gebracht

Gedurende een paar maanden na de machtsovername overwogen Bolsjewistische leiders “Nicolaas Romanov” voor een “Revolutionair Tribunaal” te brengen waarin zijn “misdaden tegen het volk” openbaard zouden worden, voordat hij ter dood werd veroordeeld. De historische traditie bestond hiervoor al. Twee Europese monarchen hebben hun levens verloren als een gevolg van een revolutionaire omwenteling: Engeland’s Karel I werd onthoofd in 1969 en Frankrijk’s Lodewijk XVI werd onder de guillotine gezet in 1793.

In deze gevallen werd de koning ter dood veroordeeld na een langdurig openbaar proces, waar hij toegestaan was argumenten ter zijn verdediging te brengen. Nicolaas II echter was aangeklaagd noch berecht. Hij werd in het geheim ter dood gebracht – samen met zijn familie en personeel – in het holst van de nacht, in een daad die meer gemeen had met een gangsterachtig bloedbad dan een formele executie.

Waarom lieten Lenin en Sverdlov plannen voor een showproces voor de voormalige tsaar varen. Volgens Wilton werd Nicolaas en zijn familie vermoord omdat de Bolsjewieken goed wisten dat zij oprechte publieke steun misten en terecht vreesden dat het Russische volk een moord op de tsaar nooit zouden aanvaarden, ongeacht voorwendselen en legalistische formaliteiten.

Trotski verdedigde de moord van zijn kant als nuttig en zelfs noodzakelijk. Hij schreef:

“De beslissing [om de keizerlijke familie te vermoorden] was niet alleen wenselijk maar ook nodig. De hevigheid van deze straf liet iedereen zien dat wij ongenadig doorgaan met vechten, zonder te stoppen. De executie van de tsaar’s familie was niet alleen noodzakelijk om de vijand te laten schrikken, gruwelen en een gevoel van hopeloosheid in te boezemen, maar ook om onze eigen gelederen op te schudden, te laten zien dat er geen pad terug is, dat voor ons ofwel totale overwinning of totale ondergang ligt. Lenin beviel dit wel.”

Historische context

In de jaren tot de revolutie van 1917 waren Joden disproportioneel vertegenwoordigd in alle subversieve linkse partijen van Rusland. Joodse haat jegens het keizerlijke regime had haar oorsprong in objectieve omstandigheden. Van de leidende Europese machten destijds was het keizerlijke Rusland het meest institutioneel conservatief en anti-Joods. Joden waren bijvoorbeeld gewoonlijk niet bevoegd om zich te vestigen buiten het grote gebied in het westen van het Keizerrijk dat bekend staat als het “Paalgebied.”

Hoe begrijpelijk, en wellicht zelfs verdedigbaar, de Joodse vijandigheid jegens het keizerlijke regime is geweest, is de opmerkelijke Joodse rol in het veel meer despotische Sovjetregime moeilijker te verdedigen. In een recent uitgegeven boek over de Joden in Rusland tijdens de 20e eeuw ging de in Rusland geboren Joodse schrijver Sonja Margolina zo ver als te zeggen dat de Joodse rol in het steunen van het Bolsjewistische regime de “historische zonde van de Joden” is. Ze wijst, bijvoorbeeld, op de prominente rol van Joden als commandanten van Sovjet Goelag concentratie- en arbeidskampen en de rol van Joodse communisten in de systematische vernietiging van Russische kerken. Bovendien, zo gaat ze verder, “steunden Joden over de hele wereld de Sovjetmacht terwijl ze stil bleven wanneer de oppositie kritiek op hen uitten.” In het licht van deze gebeurtenissen biedt Margolina een grimmige voorspelling aan:

“De overdreven enthousiaste deelname van de Joodse Bolsjewieken in de onderwerping en vernietiging van Rusland is een zonde dat gewraakt zal worden. Sovjetmacht zal gelijk gesteld worden met Joodse macht en de razende haat tegen de Bolsjewieken zal haat tegen de Joden worden.”

Als het verleden een aanwijzing is, dan is het onwaarschijnlijk dat veel Russen de wraak zullen zoeken die Margolina voorspelt. In ieder geval is het beschuldigen van “de Joden” voor de verschrikkingen van communisme niet beter te rechtvaardigen dan “blanken” te beschuldigen van de Trans-Atlantische slavernij, of “de Duitsers” van de Tweede Wereldoorlog of “de Holocaust.”

Woorden van een grimmig voorteken

Nicolaas en zijn familie zijn slechts de meest bekende slachtoffers van een regime dat openlijk haar meedogenloze doel verkondigde. Een paar weken na het Jekaterinenburgbloedbad verklaarde de krant van het prille Rode Leger:

“Zonder genade, zonder spaarzaamheid, zullen wij onze vijanden met de honderden vermoorden, laat het duizenden zijn, laat hen zichzelf verdrinken in hun eigen bloed. Laat er voor het bloed van Lenin en Oeritski een vloed van burgerlijk bloed zijn — meer bloed, zo veel als mogelijk.”

Grigori Zinovijev, sprekend op een vergadering van communisten in september 1918, sprak werkelijk een doodsvonnis uit over tien miljoen mensen: “We moeten 90 van de 100 miljoen van Sovjet-Rusland’s bewoners meenemen. De rest, wij hebben niets tegen hen te zeggen. Zij moeten vernietigd worden.”

‘De Twintig Miljoen’

Zoals het uitkwam was de tol van de Sovjet-Unie op mensenlevens en lijden groter dan Zinovijev’s moorddadige retoriek voorstelde. Zelden, zo niet nooit, heeft een regime zoveel levens vernietigd van zovelen van haar eigen volk.

Nieuwe beschikbare Sovjet KGB documenten citerende concludeerde de historicus Dimitri Volkogonov, hoofd van een speciaal Russisch parlementaire commissie, recentelijk dat “van 1929 tot 1952 21.5 miljoen [Sovjet]mensen werden onderdrukt. Van hen werd een derde doodgeschoten, de rest tot gevangenschap veroordeeld, waar velen ook stierven.”

Olga Sjatoenovskaja, een lid van de Sovjet Commissie voor Partijcontrole, en hoofd an een speciaal commissie gedurende de jaren zestig, aangesteld door premier Chroesjtsjev, concludeerde vergelijkbaar: “Van 1 januari 1935 tot 22 juni 1941 werden 19.840.000 volksvijanden gearresteerd. Van hen werden zeven miljoen in de gevangenis doodgeschoten, terwijl de meerderheid van de rest stierf in de kampen.” Deze cijfers werden ook aangetroffen in de documenten van Politburo-lid Anastas Mikojan.

Robert Conquest, de vooraanstaande specialist van de Sovjetgeschiedenis, somde recentelijk de grimmige verslagen van Sovjet “onderdrukking” op haar eigen bevolking op:

“Het is moeilijk de conclusie dat de post-1934 dodental groter dan tien miljoen was te vermijden. Hieraan moeten de slachtoffers van de hongersnood van 1930-1933, de koelak deportaties en andere anti-landbouwer campagnes worden toegevoegd, waardoor er nog eens tien miljoen erbij komen. Aldus ligt het totaal in het bereik van wat de Russen tegenwoordig ‘De Twintig Miljoen’ noemen.”

Een paar andere geleerden hebben significant hogere schattingen gegeven.

Een terugblik op het Tsaristische tijdperk

Met de dramatische val van de Sovjet-Unie nemen veel Russen een nieuwe en respectvollere blik op de pre-communistische geschiedenis van hun land, inclusief het tijdperk van de laatste Romanovkeizer. Terwijl de Sovjets – net als velen in het Westen – stereotypisch dit tijdperk hebben neergezet als een beetje meer dan een tijdperk van willekeurig despotisme, wrede onderdrukking en massa-armoede is de werkelijkheid anders. Hoewel het waar is dat de macht van de tsaar absolutistisch was en dat slechts een kleine minderheid een significante politieke stem had en dat de massa’s van de burgers boeren waren, is het belangrijk op te merken dat de Russen onder het bewind van Nicolaas II vrijheid van pers, religie, samenkomst en associatie, bescherming van privébezit en vrije vakbonden hadden. Gezworen vijanden van het regime, zoals Lenin, werden met opmerkelijke mildheid behandeld.

Gedurende de decennia voor het uitbreken van de Eerste Wereldoorlog ging het daverend goed met de Russische economie. Sterker nog, tussen 1890 en 1913 was het de snelst groeiende economie ter wereld. Nieuwe spoorwegen werden geopend op een jaarlijks niveau dat hoger was dan dat in de Sovjetjaren. Tussen 1900 en 1913 werd de ijzerproductie verhoogd met 58%, terwijl koolproductie meer dan verdubbelde. Geëxporteerde Russische graan voedde heel Europa. Tenslotte maakte de laatste decennia van het keizerlijke Rusland een prachtige bloei van het culturele leven mee.

Alles veranderde met de Eerste Wereldoorlog, niet alleen een katastrofie voor Rusland, maar voor het hele Westen.

Monarchistisch Sentiment

Ondanks (of wellicht dankzij) de meedogenloze officiële campagne om iedere onkritische herinnering over de Romanovs en het keizerlijke Rusland eruit te stampen gedurende het hele Sovjettijdperk, is er een virtuele cult van publieke verering van Nicolaas II opgekomen in Rusland in recente jaren.

Mensen kopen gretig portretten van Nicolaas van straatverkopers in Moskou, Sint-Petersburg en andere Russische steden voor het equivalent voor een paar uur loon. Zijn portret hangt in talloze Russische huizen en appartementen. In de late jaren negentig waren alle 200.000 kopieën van een eerste afdruk van een dertig-pagina lang pamflet van de Romanov’s snel uitverkocht. Een straatverkoper zei: “Ik heb persoonlijk vierduizend kopieën verkocht in een mum van tijd. Zijn legende leeft met het volk, niet als een heilige maar als iemand die geëxecuteerd werd zonder een proces, onrechtvaardig, als een martelaar voor zijn geloof en de orthodoxie.”

Op de 75e gedenkdag van het bloedbad (in juli 1993) herriepen Russen het leven, dood en legende van hun laatste keizer. In Jekaterinenburg, waar een groot wit kruis versierd met bloemen de plaats waar de familie werd vermoord markeert, weenden rouwenden liederen en gebeden voor de slachtoffers.

De wit-blauw-rode horizontale driekleur van het keizerlijke Rusland werd aangenomen in 1991, de rode Sovjetvlag vervangende, hetgeen publiek sentiment en nieuwe sociaal-politieke werkelijkheden reflecteert. In 1993 werd de keizerlijke tweekoppige adelaar hersteld als het land’s officiële embleem, de hamer en sikkel vervangende. Steden die werden hernoemd om communisten de vereren, zoals Leningrad, Kujbisjev, Frunze, Kalinin en Gorky – verkregen hun keizerlijke namen wederom. Jekaterinenburg, dat herdoopt werd tot Sverdlovsk door de Sovjets in 1924 ten ere van de Joodse Sovjetleider werd in september 1991 hernoemd tot haar pre-communistische naam, welke keizerin Katherina de Grote vereerd.

Symbolische betekenis

Vergeleken met de miljoenen mensen die zijn gedood door de Sovjetregenten in de volgende jaren lijkt de moord op de Romanov familie niet van buitengewoon belang. Echter heeft deze gebeurtenis een diepe symbolische betekenis. In de woorden van Richard Pipes, historicus aan Harvard University:

“De manier waarop de moord voorbereid en uitgevoerd was, daarna eerst ontkend en toen gerechtvaardigd, heeft iets unieks verfoeilijks, iets dat het radicaal onderscheidt van de vorige daden van koningsmoord en het wordt gemerkt als voorspel voor de twintigste eeuw-se massamoord.”

Een andere historicus, Ivor Benson, karakteriseerde de moord op de Romanov familie als symbolisch zijnde voor het tragische lot van Rusland en, zo blijkt, van het hele Westen, in deze eeuw van ongekende pijn en conflict.

De moord op de tsaar en zijn familie is nog betreurenswaardiger omdat Nicolaas II, ondanks zijn tekortkomingen als koning, altijd een degelijke, genereuze, menselijke en eerbare man was.

De historische plaats van de moord

De massaslachting en chaos van de Eerste Wereldoorlog en de revolutionaire omwentelingen die over Europa waaiden in 1917-1918 brachten niet enkel een einde aan de antieke Romanov dynastie in Rusland, maar aan een gehele continentale sociale orde. Ook weggevaagd was de Hohenzollern dynastie in Duitsland, met haar stabiele constitutionele monarchie en de antieke Habsburgse dynastie van Oostenrijk-Hongarije met haar multinationale centraal-Europese keizerrijk. Europa’s leidende staten deelden niet alleen dezelfde christelijke en Westerse culturele grondslagen, maar de meeste van de regerende monarchen op het continent waren verbonden door het bloed. George, koning van Engeland, was, door zijn moeder, een neef van tsaar Nicolaas en, door zijn vader, een neef van keizerin Alexandra. Duitslands keizer Wilhelm was een neef van de in Amerika geboren Alexandra, en een verre neef van Nicolaas.

Meer dan met de monarchieën in West-Europa het geval was, symboliseerde Rusland’s tsaar persoonlijk zijn land en volk. Aldus is de moord op de laatste keizer van een dynastie die Rusland regeerde voor drie eeuwen niet alleen een symbolische voorbode voor de communistische massaslachtingen die zoveel mensenlevens kostten in de volgende decennia, maar het is ook symbolisch van de communistische inspanningen om de ziel en geest van Rusland zelf te vermoorden.

Bron:

The Jewish Role in the Bolshevik Revolution and Russia’s Early Soviet Regime

Deze vertaling verscheen eerder hier.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Volg ons dan nu op Telegram via > deze link < !

Doe mee met 1.160 andere volgers

De redactie van deze site modereert niet de reacties op voorhand, opdat u openlijk en direct met elkaar kunt discussiëren. U bent zelf verantwoordelijk voor wat u schrijft in het reactieveld. Het recht om de wet te overtreden, het oproepen tot moord, doodsverwensingen en dergelijke, is echter voorbehouden aan de redactie. Als we dan toch voor de rechter moeten verschijnen, staan we daar liever zelf dan dat we gedwongen worden uw e-mail-adres en IP-nummer af te geven onder bedreiging van overheidsgeweld. Dus houd je een beetje in of wees creatief.

About Piranjaha (912 Articles)
De door mij vertaalde artikelen geven niet per se mijn mening weer. Ze zijn regelmatig ook tegenstrijdig met elkaar. De huidige ‘wetenschap’ kan daar niet zo goed mee overweg, want alles moet in consensus zijn. Naar mijn mening houdt wetenschap en historisch onderzoek in dat je zoveel mogelijk facetten van een bepaalde zaak bekijkt (en na afloop nog steeds niet overtuigd bent en nieuwsgierig blijft). Van allerlei kanten. De logische consequentie daarvan is dat sommige weergaven botsen of – o jee – onaangenaam zijn.

Reageer ook

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s