Nieuw

Joodse betrokkenheid bij hedendaagse vluchtelingen- en migrantenorganisaties

“De slachtoffers van de Tree of Life Synagoge stierven, zodat de vluchtelingen konden leven.”
– Rob Eshman, Jewish Journal

“We zoeken voordeel door onze doden. Wij maken van onze doden uw probleem. De betekenis die we in onze overledenen vinden, vinden we als beleefdheid jegens u, om u te helpen, om uw samenleving ‘ten goede’ te veranderen.
– David Cole, Takimag

Inleiding.

Vluchtelingen- en asielwetgeving is nu een belangrijk beleidsterrein voor veel belangrijke immigrant-ontvangende landen. Het Vluchtelingenbureau van de VN schat dat er momenteel wereldwijd 28,5 miljoen vluchtelingen en asielzoekers zijn, waarvan de meeste afkomstig zijn uit Zuid-Soedan, Afghanistan en Syrië. De grootste landen van opvang van vluchtelingen bevinden zich in de buurt van de epicentra van de landen die moeilijkheden ondervinden, waaronder Turkije (3,5 miljoen), Oeganda (1,4 miljoen), Pakistan (1,4 miljoen), Libanon (1 miljoen) en de Islamitische Republiek Iran (979.400). Ongerijmder is echter het feit dat de vluchtelingen- en asielpopulaties uit dezelfde onrustige gebieden in het Westen zijn geëxplodeerd, in landen die zowel geografisch als cultureel ver verwijderd zijn van de exporterende landen. Sinds 1990 is de nieuwe vluchtelingenpopulatie in Oostenrijk gestegen van 34.948 naar 115.197; in België van 25.911 naar 42.128; in Finland van 2.348 naar 20.713; in Frankrijk van 193.000 naar 337.143; in Duitsland van 816.000 naar 970.302; in Ierland van 360 naar 6.324; in Italië van 10.840 tot 167.260; in Luxemburg van 687 tot 1.995; in Nederland van 17.337 tot 103.818; in Noorwegen van 19.581 tot 59.160; in Zweden van 109.663 tot 240.889; in Zwitserland van 40.943 tot 92.995; en in het Verenigd Koninkrijk van 43.632 tot 121.766. Meer lobbyen voor vluchtelingen en meer quota’s voor de toelating van vluchtelingen vormen nu een zeer belangrijk onderdeel van de algemene aanpak van migratie in het Westen. De enige belangrijke uitzonderingen op deze trends zijn Hongarije, waar het aantal nieuwe vluchtelingen is gedaald van 45.123 naar 5.641, en de Verenigde Staten en Canada, die beide in 2017 hun thuisbasis hadden en in 1990 ongeveer de helft van het aantal nieuwe vluchtelingen opvingen. (de cijfers zijn op jaarbasis, vertaler)

In de Verenigde Staten zijn de lagere cijfers toe te schrijven aan clausules in de Vluchtelingenwet van 1980, die zowel een vluchteling definieerde als de president (in overleg met het Congres) de bevoegdheid gaf om het aantal vluchtelingen dat elk jaar naar de Verenigde Staten wordt toegelaten te bepalen. Dat aantal bedraagt momenteel 45.000. De geschiedenis van de Refugee Act is terug te voeren op het State Department van 1975, waar Lionel Rosenblatt, een joodse diplomaat en toekomstig President van Refugees International, werkte aan het overtuigen van Ted Kennedy om een visumprogramma voor vluchtelingen uit Indochina te ondersteunen in de nasleep van de Vietnamoorlog en de massale executies in Cambodja. Stephen Young, toen een net gekwalificeerde D.C. advocaat die samenwerkte met Rosenblatt, herinnerde eraan dat “In 1975, niemand het recht had om de VS binnen te komen als vluchteling”, hoewel, sinds de invoering van de 1952 McCarran-Walter Act, bepaalde buitenlandse vreemdelingen konden worden “paroled” in het land naar eigen goeddunken door de procureur-generaal. Alleen al in 1975 hielp Rosenblatt ongeveer 140.000 Indochinezen naar de Verenigde Staten te verhuizen door binnen de bestaande structuur te werken.

Naarmate het aantal claims onder McCarran-Walter toenam, werd de beslissingsbevoegdheid steeds meer versnipperd naar de Subcommissie voor Immigratie, Burgerschap en Internationaal Recht, die vervolgens (1967-1979) werd voorgezeten door de Joodse Democraat Joshua Eilberg. Toen figuren als Rosenblatt en Eilberg zich sterk maakten voor een vloeiendere maar toch formele wetgevende benadering van de vluchtelingenvraag, herinnert Young zich aan een gesprek waarin Kennedy Rosenblatt op de hoogte bracht dat hij alleen bereid zou zijn wetgeving te steunen die een maximum van 150.000 Indochinese vluchtelingen zou accepteren. Kennedy was zich er vermoedelijk maar al te goed van bewust dat zowel het Congres als het Amerikaanse publiek tegen de acceptatie van grote aantallen Indochinese migranten was. In het laatste geval voorzag the Refugee Act, opgesteld door de Joodse congresvrouw Elizabeth Holtzman en een publiek gezicht gegeven door Ted Kennedy – dezelfde Ted Kennedy die een publiek gezicht gaf aan de immigratiewet van 1965 – in visa voor meer dan 1,7 miljoen Indochinezen in de periode tussen 1980 en 1989.

In juli 2018 schreef Holtzman een leugenachtige brief over haar toenmalige rol bij het ministerie van Binnenlandse Veiligheid, waarin ze haar afkeer uitsprak van de immigratie-, vluchtelingen- en asielpolitiek van Donald Trump, en beweerde, in tegenstelling tot alle beschikbare bewijzen, dat de Verenigde Staten in 1980 “vluchtelingen hadden verwelkomd” en ze “gemakkelijk hadden geaccepteerd en opgenomen”. In werkelijkheid waren de Indochinese vluchtelingen, in die gebieden waar ze zich vestigden, een belangrijke belasting op de welvaart en andere vormen van openbare hulp, nauwelijks geassimileerd, en “overbelastten de openbare scholen en medische voorzieningen en werden ze beschuldigd van een stijging van het aantal tuberculose en andere ziekten”[1].

De opvallende aanwezigheid van invloedrijke joodse diplomaten en politici in de formulering van de Vluchtelingenwet van 1980, samen met de duidelijke dissonantie tussen Elizabeth Holtzman’s presentatie van de wet en de realiteit van de impact ervan, moet worden gecontextualiseerd binnen de kwestie van etnische conflicten in het immigratiebeleid in het algemeen. In het bijzonder zou het in een context moeten worden geplaatst binnen Kevin MacDonald’s discussie over Joodse betrokkenheid bij het vormgeven van het Amerikaanse immigratiebeleid, waarin MacDonald concludeert dat “Joodse organisaties uniform hoge niveaus van immigratie van alle raciale en etnische groepen in Westerse samenlevingen hebben bepleit en ook een multicultureel model voor deze samenlevingen hebben bepleit”[2]. De geopperde redenen voor deze uniformiteit zijn onder andere het historische Joodse belang bij het veiligstellen van de immigratierechten voor Joden en het feit dat pluralisme bevorderlijk is voor een groter gevoel van Joodse veiligheid – een toestand waarin Joden slechts één van de vele etnische groepen worden in plaats van een enkele groep in een overwegend blanke, christelijke natie. De theorie staat uitzonderingen op de regel toe, in gevallen waarin joodse belangen door een minderheid van de joden verschillend worden geïnterpreteerd. Verder wordt gezegd dat het succes van de joden bij het nastreven van pluralistische doelen geworteld is in een aantal joodse kenmerken, met name een hoge verbale intelligentie en een neiging tot netwerken binnen een groep. Dit theoretische kader lijkt te voorspellen dat Joden oververtegenwoordigd zouden zijn in invloedrijke posities binnen hedendaagse vluchtelingen-, asiel- en soortgelijke pro-immigratie- of “immigrantenrechten”-organisaties. De volgende studie van een aantal van dergelijke organisaties bevestigt sterk alle aspecten van MacDonald’s theoretische kader, en biedt een aanvulling op een aantal recente kritieken erop.

Theoretische kwesties.

Misschien wel de meest spraakmakende recente kritiek op MacDonald’s theorie van Joodse betrokkenheid bij het vormgeven van het Amerikaanse immigratiebeleid is die van Nathan Cofnas, een afgestudeerde student in de filosofie van de biologie aan de Universiteit van Oxford. Cofnas biedt een alternatieve theorie in de vorm van zijn ‘standaardhypothese’. In zijn eigen samenvatting van de standaardhypothese stelt Cofnas: “Vanwege hun bovengemiddelde intelligentie en concentratie in invloedrijke stedelijke gebieden zullen Joden oververtegenwoordigd zijn in alle intellectuele bewegingen en activiteiten die niet openlijk antisemitisch zijn”. Hoewel Joden oververtegenwoordigd zijn in pro-immigratie, pro-pluralistische organisaties en bewegingen, zouden zij volgens die standaardhypothese dan ook oververtegenwoordigd moeten zijn in anti-immigratie- of restrictieve bewegingen (die niet antisemitisch zijn). Er is een inherente implicatie dat deze oververtegenwoordiging in min of meer dezelfde mate zal zijn.

Alvorens over te gaan tot een discussie over de bevindingen met betrekking tot de Joodse betrokkenheid bij hedendaagse vluchtelingen- en migrantenorganisaties, is het noodzakelijk eerst de standaardhypothese te toetsen door de schaal en aard van de Joodse betrokkenheid bij hedendaagse anti-immigratieorganisaties die niet antisemitisch zijn. Tot op heden is het enige bewijs dat Cofnas in verband met een dergelijke test heeft aangedragen de lijst van geplande sprekers op een enkele ‘American Renaissance’ conferentie in 1994 (waar vier van de tien sprekers Joods waren).[3] Hoewel een interessante, zij het perfect verklaarbare, statistiek, in vergelijking met de uitgebreide discussie over de Joodse betrokkenheid bij de vormgeving van het Amerikaanse immigratiebeleid vóór 1965 en de bredere hedendaagse context van wijdverbreid en intensief Joods activisme ten behoeve van pro-pluralistische, pro-immigratieoorzaken, kan Cofnas’ verzet alleen maar als volstrekt ontoereikend worden omschreven. In het kader van dit onderzoek werden de directories van de drie meest prominente anti-immigratie denktanks in de Verenigde Staten geraadpleegd. De drie belangrijkste anti-immigratie organisaties zijn het Center for Immigration Studies (CIS), NumbersUSA en Federation for American Immigration Reform (FAIR). In het volgende, zijn de korte schetsen van deze organisaties verstrekt door een langdurige anti-immigratie activist met insider kennis; cijfers voor de joodse vertegenwoordiging zijn van mij.

FAIR: FAIR is door voormalige bestuursleden omschreven als “Dan Stein’s 401(k) plan”. Het verspilt het grootste deel van het beschikbare geld van de immigratiepatriot, vooral van schuchtere establishment stichtingen, doet in wezen niets en besteedt veel tijd aan het dwarsbomen en blokkeren van potentiële rivalen. Stein runt FAIR sinds 1988, d.w.z. heeft een periode van ononderbroken nederlagen voor de beweging van de immigratiepatriot voorgezeten. De activisten debatteren ernstig of hij een mol is.

Bij FAIR zijn vier van de 52 senior medewerkers joods, waaronder president Dan Stein, mediadirecteur Ira Mehlman en bestuursleden Sarah G. Epstein en Paul Nachman. Dit is een joodse vertegenwoordiging van ongeveer 7,7%. In alle drie de belangrijkste anti-immigratieorganisaties bekleden Joden 5,13% van de hogere functies. Dit is in feite een genereus cijfer om te gebruiken, omdat joden volledig afwezig waren in de hogere niveaus van elke geraadpleegde kleinere organisatie. [4]

CIS: Het CIS doet veel waardevolle studies, maar is standvastig politiek correct, vermoedelijk om aanvaardbaar te blijven voor de MSM, wat zijn mogelijkheden beperkt om een ​​breder publiek aan te spreken. De $PLC noemde het toch al een haatgroep een paar jaar geleden (net als FAIR, zonder duidelijke reden), waarna de belangrijkste woordvoerder, Mark Krikorian, een beetje meer durf toonde, vooral op twitter. De hogere posities bij CIS worden vermeld onder Staf, Raad van beheer, en Centrum Fellows, in totaal 37 individuen. Van deze personen zijn er twee Joods: Chief Litigation Counsel Julie Axelrod en Senior Policy Analist Stephen Steinlight, hoewel Mark Krikorian hun belangrijkste publieke woordvoerder is. Dit is een joodse vertegenwoordiging van 5,41%.

NumbersUSA: NumbersUSA is een waardige organisatie, en haar Congressional Grade card systeem is uitstekend. Echter, de oprichter, Roy Beck, is blijkbaar van plan om met pensioen te gaan, dus de toekomst is onzeker. Er staan geen joodse personeelsleden op de lijst van NumbersUSA. Maar we gaan ervan uit dat de gemiddelde vertegenwoordiging van joden in de anti-immigrantenpolitiek rond de 5% ligt.

Aangezien het joodse aandeel van de bevolking van de Verenigde Staten wordt geschat op ongeveer 2,2-2,5%, zijn de zes individuele joden op het CIS en FAIR technisch gezien oververtegenwoordigd op het hoogste niveau, zij het eerder bescheiden in het licht van de vertegenwoordiging van joden die actief zijn in juridische en aanverwante beroepen in het algemeen, om nog maar te zwijgen van Cofnas’ flamboyante panegyrische (‘lovende dan wel lyrische’, dan hoef je het niet op te zoeken. Vertaler) houding tegenover joods intellectueel en organisatorisch talent. Rekening houdend met een tolerantie voor een dergelijke joodse vertegenwoordiging in de anti-immigratiepolitiek op grond van alternatieve percepties van specifiek joodse belangen, zoals besproken in de MacDonald thesis, is gezocht naar commentaren op de immigratie die door deze cijfers worden gegeven, of andere aanwijzingen voor hun ideologische neigingen die in hun bredere werk naar voren komen.

Binnen het theoretische kader van MacDonald’s, waarin de bezorgdheid over antisemitisme onder joden van alle politieke kleurnuances voorop staat, zou een redelijke voorspelling zijn dat de joodse vertegenwoordiging in anti-immigratiebewegingen zowel uitzonderlijk zou zijn in het bredere beeld van het immigratiedebat, als, in plaats van zich zorgen te maken over het traditionele Amerika als geheel, bijna uitsluitend gericht zal zijn op de uitsluiting van immigranten of vluchtelingen die als antisemitisch worden ervaren, vooral moslims uit het Midden-Oosten. Met andere woorden, dergelijke representaties zullen gebaseerd zijn op wat zou kunnen worden aangeduid als afwijkende, minderheid of abnormale percepties van Joodse interesses, eerder dan gedeelde zorgen of ernstige sympathieën met de grotere massa van de inheemse bevolking.

In dit opzicht zijn Ira Mehlman en Stephen Steinlight vooral interessante figuren. In een interview met Peter Beinart uit 2012 vertelt Mehlman zijn interviewer eenduidig: “Het huidige massale immigratiebeleid schaadt de belangen van Amerikaanse joden….. Massale immigratie introduceert grote aantallen nieuwe mensen in de Amerikaanse samenleving die veel minder gunstige opvattingen over joden hebben”. Op dezelfde manier schreef Steinlight in 2001 een essay voor het Center for Immigration Studies met de onomwonden titel “The Jewish Stake in America’s Changing Demography”. In de loop van het essay veroordeelt Steinlight eerdere periodes van nativisme en restrictionisme in de Verenigde Staten en promoot het pluralistische en multiculturele ideaal. In feite is Steinlight’s enige klaarblijkelijke grief met bestaande immigratiestructuren dat ze hebben geresulteerd in het volgende feit.

Op een gegeven moment in de komende 20 jaar zullen er meer moslims zijn dan joden, en moslims met een “islamitische agenda” zullen politiek actief worden via een wijdverbreid netwerk van nationale organisaties. Dit gebeurt op een moment dat de religie van de islam in veel van de islamitische oorspronglanden wordt verdrongen door de totalitaire ideologie van het islamisme, waarvan heftig antisemitisme en antizionisme de centrale uitgangspunten vormen.

Dergelijke gevoelens zijn in wezen neoconservatief, op zich natuurlijk een grotendeels joodse ideologische beweging die in strijd is met inheemse belangen, en zijn volledig voorspelbaar binnen het theoretische basiskader van MacDonald, terwijl ze weinig of niets doen om de standaardhypothese van Cofnas te bevestigen. Steinlight en Mehlman zijn vooral bezorgd over de mogelijke toename van antisemitisme en een afname van de joodse politieke macht, en niet met bredere implicaties van pluralisme, multiculturalisme of blanke demografische achteruitgang.

Soortgelijke problemen doen zich voor wanneer men een andere kwestie in overweging neemt die door Cofnas aan de orde is gesteld, vermoedelijk ter ondersteuning van zijn standaardhypothese. Dit is de aanwezigheid van joodse academici die actief zijn in wat men ‘rasrealisme’ of genetisch determinisme zou kunnen noemen, en het duidelijke feit dat joden sterk oververtegenwoordigd zijn onder de prominente voorstanders van erfelijkheid. Cofnas schrijft dat “twee van de zeven meest prominente ‘hereditarians’ Joods waren (Hans Eysenck en Richard Herrnstein), waardoor Joden in deze groep extreem oververtegenwoordigd waren in verhouding tot hun aantal in de algemene bevolking”. Eysenck was half joods en Herrnstein trouwde buiten zijn groep. Geen van beide lijken te hebben geleefd in een duurzame joodse omgeving, en Eysenck maakte er een punt van om expliciet elke affiniteit of connectie met het jodendom te ontkennen.[5] Het is interessant dat Cofnas zijn stelling in geen enkele context plaatst, of zijn theorie van ruwe pariteit in oververtegenwoordigingen probeert te bewijzen door vergelijkingen met oververtegenwoordigingen onder anti-hereditaire geleerden aan te bieden.

Een andere kwestie is natuurlijk het voor de hand liggende probleem van het extrapoleren van bredere kwesties van politiek en identiteit vanuit de carrière van een academicus. Een uitstekend voorbeeld hiervan is de joodse literatuurcriticus en Yale-geleerde Harold Bloom, die een duidelijke liefde en respect voor de westerse canon combineert met een duidelijke afkeer van culturele marxistische of deconstructieve benaderingen in de literatuurwetenschap. Binnen de Cofnas-aanpak zou Bloom waarschijnlijk worden gezien als een voorbeeld van de standaardhypothese aan het werk. En toch is Bloom anders een geëngageerd pluralist die de regering-Bush zag als op het randje van een theocratisch fascistisch regime, en de regering-Trump als een catastrofe ziet. Bloom schrijft: “Trump won de verkiezingen omdat 62 miljoen Amerikanen in een toestand van virtuele realiteit leven. Ze weten niet meer wat de feiten zijn. Ze worden ook verteerd door wrok, raciale vooroordelen en de diepe angst dat hun Amerika voor altijd verdwijnt”. Een ander voorbeeld, uit de wetenschappen, is de geneticus David Reich, die veel heeft gedaan om de genetische verschillen tussen de rassen beter te begrijpen, maar er ook herhaaldelijk op heeft aangedrongen dat het ras grotendeels een “sociale constructie” is.

Het punt hier is dat de stelling van MacDonald niet vereist dat elke Joodse academicus zijn of haar discipline cynisch gebruikt om de joodse belangen te bevorderen, maar dat dit het idee versterkt dat Joden overweldigend de steun voor pluralisme en massale immigratie als in hun belang beschouwen. Als zodanig zal niet elke Joodse wetenschapper die rasverschillen bestudeert noodzakelijkerwijs multiculturalisme, raciaal pluralisme of massale immigratie tegenwerken, in feite zullen dat er maar weinig zijn.

Hoewel deze punten een aantal van de meer voor de hand liggende problemen met de standaardhypothese van Cofnas kunnen belichten, wordt een uitgebreidere test voorgesteld door de schaal van de Joodse vertegenwoordiging in hedendaagse vluchtelingen- en migrantenorganisaties te onderzoeken.

Joodse vertegenwoordiging in seculiere hedendaagse vluchtelingen- en migrantenorganisaties.

In tegenstelling tot de bescheiden oververtegenwoordiging van joden in anti-immigratiegroepen (ongeveer 5%), zijn Joden niets minder dan überproductief in invloedrijke leidinggevende functies in hedendaagse vluchtelingen-, asiel- en pro-migratieorganisaties. (hier, hebben we er oa. nogal wat vermeld, Vertaler).

Belangrijk is dat Joden de leiding hebben over alle vier de grootste en meest invloedrijke (en nominaal seculiere) organisaties die vandaag de dag actief zijn in Amerika, het International Rescue Committee (President en CEO David Miliband), Refugees International (President Eric P. Schwartz, voorheen van HIAS), het International Refugee Assistance Project (Director Becca Heller), en Human Rights Watch (Executive Director Kenneth Roth, en Deputy Directors Iain Levine en Fred Abrahams).

Het International Rescue Committee (IRC) is een van de belangrijkste organisaties die migranten naar de Verenigde Staten brengen. In hun land van herkomst worden vluchtelingen en hun families door het IRC bijgestaan om hun zaken voor te bereiden voor het Department of Homeland Security (DHS), waarbij ze persoonlijke gegevens en achtergrondinformatie verzamelen voor veiligheidsonderzoek. Zodra hun zaken zijn goedgekeurd, worden vluchtelingen meestal begroet op de luchthaven door medewerkers van het IRC. Het IRC voorziet deze migranten vervolgens van een huis, meubilair, voedsel en andere hulp die nodig kan zijn. Het IRC heeft 27 kantoren in de Verenigde Staten, die elk voedsel, huisvesting, onderwijs en medische hulp aanbieden. Het werkt ook nauw samen met de U.S. Office of Refugee Resettlement (ORR) Division of Refugee Assistance, die in augustus 2018 stilletjes hun personeelspagina verwijderden, zodat je niet meer kon zien wie daar werkzaam waren. Op de de Internet Wayback Machine valt te zien dat de directeur van het Bureau voor Vluchtelingenhulp één Carl Rubenstein is, een alumnus van de Tel Aviv Law School. In 2017 heeft het IRC, in samenwerking met Rubenstein’s ORR, meer dan 51.000 migranten naar de Verenigde Staten hervestigd en is momenteel een fervent lobbyist tegen de huidige beperkingen opgelegd door President Trump.

(Clockwise) Eric P. Schwartz, David Miliband, Iain Levine, Becca Heller, Kenneth Roth, Fred Abrahams)

Joden zijn zeer prominent aanwezig in de leiding van het IRC. Naast President en CEO David Miliband zijn er minstens 30 Joden in hogere functies binnen de organisatie, waaronder Morton I. Abramowitz (Overseer), Madeleine Albright (Overseer), Laurent Alpert (bestuurslid), Clifford Asness (bestuurslid), Betsy Blumenthal (Overseer), Alan Batkin (voorzitter Emeritus en bestuurslid), Michael W. Blumenthal (opzichter), Susan Dentzer (bestuurslid), Evan G. Greenberg (opzichter), Morton I. Hamburg (opzichter), Leila Heckman (opzichter), Karen Hein (opzichter), Marvin Josephson (opzichter), Alton Kastner (opzichter), Henry Kissinger (opzichter), David A. Levine (bestuurslid), Reynold Levy (opzichter), Robert E. Marks (Overseer), Sara Moss (Overseer), Thomas Nides (bestuurslid), Susan Petricof (Overseer), Gideon Rose (Overseer), Thomas Schick (voorzitter Emeritus en bestuurslid), James Strickler (Overseer), Sally Susman (bestuurslid), Mona Sutphen (bestuurslid), Merryl Tisch (bestuurslid), Maureen White (bestuurslid), Jonathan Wiesner (voorzitter emeritus en bestuurslid), William Winters (overseer) en James D. Wolfensohn (Overseer).

Het bestuur van het IRC bestaat uit 30 personen, van wie er 12 joods zijn, met een joodse vertegenwoordiging op senior bestuursniveau van 40%. De Raad van Toezicht bestaat uit 78 personen, van wie er ten minste 25 joods zijn, met een joodse vertegenwoordiging op dit niveau van iets meer dan 32%. Aangezien Joden de functie van CEO van het IRC bekleden, evenals 40% van het senior bestuur en 32% van het lagere bestuur, zou het redelijk zijn om te stellen dat zij een dominante rol binnen de organisatie hebben.[6] Dit doet elke joodse vertegenwoordiging in anti-immigratiegroepen in de schaduw staan.

Het International Refugee Assistance Project (IRAP) kwam op nationaal niveau op de voorgrond toen directeur Becca Heller een collectief proces aanspande tegen het reisverbod van Trump van januari 2017 voor personen uit bepaalde moslimlanden. Heller, die zichzelf beschreef als een “intens neurotische jood”, was actief vanaf de allereerste luchthavendetenties en werd bijgestaan door voormalig Yale-professor Michael Wishnie, ook joods en voormalig lid van de joodse gemeenschap voor economische en sociale rechtvaardigheid. Wishnie verzamelde “een groep studenten om een collectieve rechtszaak op te stellen om niet alleen de twee cliënten van IRAP te vertegenwoordigen, maar iedereen die was aangehouden”. De zaak werd later ook gesteund en overgenomen door de Immigrant’s Rights Division van de American Civil Liberties Union (ACLU) onder leiding van haar twee adjunct-directeuren, Lee Gelernt en Judy Rabinowitz, die beiden Joods zijn. Bij IRAP zitten drie joden in het bestuur van het International Refugee Assistance Project: Jon Finer, David Nierenberg en Carl Reisner. Het bestuur bestaat uit 12 leden, met een joodse vertegenwoordiging van 25%. Naast het bestuur zijn er nog andere invloedrijke functies in de organisatie in handen van joden, waaronder plaatsvervangend juridisch directeur (Lara Finkbeiner) en juridisch medewerker (Julie Kornfeld). Ook dit is beduidend groter dan elke andere joodse vertegenwoordiging in anti-immigratiegroepen.

Lee Gelernt en Judy Rabinowitz

Heller’s zaak is zeer recentelijk opgepakt door wat door de New York Times eufemistisch “Big Law” wordt genoemd, maar wat in feite een groot aantal joodse juridische conglomeraten in New York is. De belangrijkste daarvan is Paul Weiss in Manhattan, geleid door Brad S. Karp, directeur van de Amerikaanse vrienden van de Hebreeuwse Universiteit en prijswinnaar van het Joods Theologisch Seminarie. Karp, wiens eerdere politieke avonturen activisme voor het homohuwelijk omvatten, heeft de diensten van zijn bedrijf pro bono aangeboden, via de raadslieden Emily Goldberg en Steven C. Herzog, aan Gelernt en Rabinowitz om de anti-immigratiemaatregelen van Trump te dwarsbomen, waarbij Gelernt de New York Times vertelde dat de hulp van Karp “onmisbaar” was.

Vluchtelingenorganisaties zijn ook voor een groot deel afhankelijk van juridische bijstand die wordt verleend door “migrantenrechtenorganisaties”. Ook hier lijken de joden oververtegenwoordigd te zijn met een grote marge. Joden maken bijvoorbeeld iets meer dan 14% uit van het totale personeelsbestand van het National Immigrant Justice Center en domineren de hoogste posities. Deze omvatten de directeur Beleid (Heidi Altman, voormalig juridisch directeur van de Capital Area Immigrants’ Rights Coalition), de geassocieerde directeur van de juridische diensten (Ashley Huebner), de directeur Procesvoering (Charles Roth) en de geassocieerde directeur Procesvoering (Keren Zwick). Maria Blumenfeld, voormalig senior advocaat bij NIJC, verliet de groep voor een andere, bijna identieke organisatie, genaamd Equal Justice Works, waarvan de directeur David Stern, eveneens joods is. Een andere interessante organisatie is The Immigrant Defense Project. Van de 15 genoemde senior medewerkers zijn er minstens vier aantoonbaar Joods (Development Director Ariadna Rodenstein, Senior Staff Attorney Genia Blaser, Supervising Attorney Marie Mark en Supervising Attorney Andrew Wachtenheim). Dit is een joodse vertegenwoordiging op senior niveau van meer dan 26% – beduidend groter dan een joodse vertegenwoordiging in anti-immigratiegroepen. Van de vijf leden van de Adviesraad van het Immigrant Defense Project is er één, Peter Markowitz, Joods. Markowitz staat ook vermeld als oprichter en directeur van de Kathryn O. Greenberg Immigration Justice Clinic en een “George Soros Justice Fellow en stafgemachtigde bij de Bronx Defenders van 2002 tot 2005”, waar hij “het eerste in-house full-service immigratieproject van de natie ontwikkelde, gehuisvest in een openbaar verdedigingskantoor”. New Hampshire’s “Beste Immigratieadvocaat” is de Joodse Ron Abramson.

Bij het National Immigration Law Center, is 18,5% van zijn stafadvocaten aantoonbaar joods, en het Florence Immigrant and Refugee Rights Project staat onder joods voorzitterschap (Ty Frankel) en 26% van zijn bestuur is joods (Frankel, Ira Feldman, David Androff, Nathan Fidel en Andrew Silverman). Het  Immigrant Legal Resource Center werd voornamelijk opgericht via de inspanningen van de Joodse advocaat Mark Silverman, hier beschreven als “een van de allereerste advocaten van de beweging die DREAMers helpen”. De raad van bestuur staat onder Joods voorzitterschap (Lisa Spiegel) en de uitvoerend directeur is Eric Cohen, eveneens Joods. Een interessant lid van de staf is Rose Cahn, ook Joods, die een voormalig Senior George Soros Justice Fellow is bij het Lawyers’ Committee for Civil Rights of the San Francisco Bay Area. Cahn is gespecialiseerd in wat ze noemt “post-conviction relief for immigrants”, een nogal bloemrijke manier om te zeggen dat ze gespecialiseerd is in het helpen van buitenlandse criminelen om de Verenigde Staten binnen te komen en daar te blijven. Andere hogere personeelsleden zijn Donna Goolub en Sara Feldman, een Joodse vrouw die er toch in slaagde om Migratiebeleidsadviseur te worden voor de Amerikaanse Conferentie van Katholieke Bisschoppen, een feit dat licht werpt op hoe die organisatie rabiaat pro-migrant werd.

Een andere organisatie die juridische ondersteuning biedt aan de pro-immigratielobby is de Lawyer’s Committee for Civil Right’s Under the Law. Van de zes hoogste ambtenaren zijn er drie Joods (Jon M. GreenbaumLisa Bornstein, and Samuel Weiss). Een van hun meest vooraanstaande advocaten is Ezra Rosenberg, een veteraan in de multiculturele zaak die op verschillende manieren heeft gewerkt om raciale profilering door de politie aan te vechten, om een einde te maken aan verzoeken om kiezersidentificatie onder bepaalde etnische groepen in Texas, en om de desegregatie van scholen in North Carolina te bevorderen. Een andere interessante organisatie is het Northwest Immigrants Rights Project, waar twee leden van de raad van bestuur van 12 kunnen worden geverifieerd als Joods (Dave Heiner en Sara Litt), een vertegenwoordiging van 16%, en stafadvocaten zijn onder andere Joden Elizabeth Eisenberg, Jenna Golan-Streib, Rachel Rubinstein en Jordan Wasserman. Bij het Asylum Advocacy Project zijn twee van de vijf leden van de adviesraad joods (Dani Isaacsohn en de hierboven genoemde Michael Wishnie), en de lijst van donoren blijkt minstens 40% joods te zijn.

De directeur van de Refugee Council USA is Naomi Steinberg. De uitvoerend directeur van de New York Civil Liberties Union is de joodse feministe Donna Lieberman, die zich onder andere bezighoudt met “verzet tegen de aanval van het Trump-regime op immigrantenkinderen en vluchtelingen”, terwijl de juridisch directeur Arthur Eisenberg is. De American Immigration Council staat onder het Joodse Directeurschap van Beth Werlin, de Research Director is de Argentijnse Jood Guillermo Cantor (zie een goed voorbeeld van zijn propaganda hier), en de Policy and Media Director is Royce Bernstein Murray. De gebiedsdirecteur voor de Vluchtelingendiensten van Texas in Austin is de Joodse Erica Schmidt-Portnoy. Schmidt-Portnoy heeft de recente daling van 80% van het aantal vluchtelingen dat in Texas wordt hervestigd beschreven als “hard to watch“. Ondertussen heeft een andere Portnoy, Diane Portnoy, joodse oprichter en CEO van The Immigrant Learning Center, geëist dat Massachusetts meer Syrische vluchtelingen zou moeten verwelkomen. Een soortgelijke organisatie is de Open Avenues Foundation, die als doel heeft om “buitenlanders te helpen hun unieke weg naar bloei in de Verenigde Staten op te bouwen”. De oprichter en uitvoerend directeur van Open Avenues is Danielle Goldman, ook joods.

Ook joodse advocaten, die af en toe alleen of als onderdeel van kleine bedrijven optreden, zijn buitenproportioneel vertegenwoordigd als belangrijke immigrant en asielverdedigers. Een goed voorbeeld hiervan is Susan J. Cohen, oprichter en voorzitter van de Immigratiepraktijk van Mintz Law. Cohen was betrokken bij het bijdragen aan de regelgeving van de Amerikaanse Citizenship and Immigration Services (USCIS) ter uitvoering van de Immigration Act van 1990 en heeft voor haar politiek asielwerk prijzen gewonnen van de Supreme Judicial Court of Massachusetts en het Political Asylum/Immigration Representation (PAIR) Project (waarvan zij nu President is). PAIR “biedt gratis immigratiediensten aan behoeftige asielzoekers en gedetineerde immigranten”. In 2017 leidde Cohen een Mintz-team dat samen met de ACLU van Massachusetts en anderen werkte aan een tijdelijk verbod op het reisverbod van president Trump.

Cohen adviseerde het Gemenebest van Massachusetts ook bij het opstellen van de wetgeving die resulteerde in het Massachusetts Global Entrepreneur in Residence (GEIR) programma, dat tienduizenden niet-blanke buitenlandse studenten in staat stelt om in Massachusetts te blijven als ze alleen maar aangeven dat ze een bedrijf kunnen starten. Cohen heeft het project samen met een andere joodse advocaat, Jeff Goldman, ontwikkeld. Goldman beschrijft zichzelf als “een leider in immigratiebeleid” en “voorzitter van de Raad van Advies voor Vluchtelingen en Immigranten van gouverneur Charlie Baker”. Goldman en Cohen, zoals Carl Rubenstein van het Office of Refugee Resettlement, zijn illustratief voor een opmerkelijk Joods talent voor het verwerven van belangrijke overheidsposities op het gebied van immigratie en hervestiging van vluchtelingen. Een ander nuttig voorbeeld is Mark Greenberg, een senior fellow bij het Migration Policy Institute en een voormalig senior administrateur bij Rubenstein’s Office of Refugee Resettlement. Nog een andere zeer opmerkelijke joodse advocaat is Michael Kagan. Kagan leidde een campagne om ervoor te zorgen dat de procedures voor het vaststellen van de vluchtelingenstatus (RSD) door de UN Refugee Agency (UNHCR) worden gewijzigd, waardoor meer migranten de officiële vluchtelingenstatus zouden bereiken, waardoor hun kansen op het krijgen van asiel of visa in het Westen zouden verbeteren. Kagan is mede-directeur van de Immigratiekliniek van de Universiteit van Nevada, de Boyd School of Law van Las Vegas, die gratis rechtshulp biedt aan alle immigranten.

Ook de staat van dienst van Joden als immigratierechters is opmerkelijk. Gedetailleerde statistieken voor de meeste senior immigratierechters zijn online beschikbaar. Een voorbeeld is rechter  Raisa Cohen, bij het New Yorkse Immigration Court. Advocaat-generaal Loretta E. Lynch benoemde Cohen tot het horen van zaken bij de rechtbank in maart 2016, maar Cohen had eerder al besloten om asielzaken te behandelen als assistent chief counsel voor de Amerikaanse Immigration and Customs Enforcement, Department of Homeland Security, in New York. In de periode 2013-2018 is Cohen geregistreerd als dat hij in 572 zaken beslist heeft. Daarvan heeft hij er 470 toegekend en 102 afgewezen. Omgerekend naar percentage, ontkende Cohen 17,8 procent en verleende 82,2 procent. Vergeleken met Cohen’s ontkenningspercentage van 17,8 procent, nationaal gedurende dezelfde periode, ontkende de immigratie-rechtbank rechters 57,6 procent van de asielaanvragen. Veel asielzoekers in New York krijgen gratis rechtsbijstand van organisaties als  Central American Legal Assistance (CALA). CALA heeft een bestuur van tien personen, waarvan er vijf als joods kunnen worden bevestigd (Lisa Reiner, Anne Isaak, Zachary Sanders, Harry Shulman en Ellen Wachtel).

Een ander voorbeeld, rechter Leonard Shapiro van Boston, is eveneens illustratief. Shapiro werd in december 1990 benoemd tot Immigration Judge en was medeauteur van de 1988 editie van The American Immigration Lawyers Association Textbook en de 1995 editie van The Immigration Judge Benchbook. Shapiro was ook de voorzitter van de Immigration Law Section van de Massachusetts Bar Association in 1990 voorafgaand aan zijn benoeming. In de periode 2013-2018 is Shapiro geregistreerd als beslissend over 160 asielaanvragen. Daarvan heeft hij er 113 ingewilligd en 47 afgewezen. Omgerekend naar percentage, weigerde Shapiro 29,4 procent en verleende 70,6 procent. Ook hier geldt dat nationale rechters in dezelfde periode 57,6 procent van de asielaanvragen hebben afgewezen.

Canada

Joden behoren tot de top van de immigratieadvocaten in Canada. In Nova Scotia is Lee Cohen sinds “zijn vertegenwoordiging van 174 Sikhs die in de zomer van 1987 in Shelburne landden” een toonaangevend licht op het gebied van immigratie en mensenrechten. Cohen herinnert zich nu: “Niemand was voor immigratie”, zegt hij. “Niemand wilde vluchtelingen. Ik had het gevoel dat ik een van de weinige mensen was die moeite hadden om de ogen van onze gemeenschap te openen voor iets waarover gepraat moest worden. We hadden de kans om mensen naar Canada te brengen – mensen die onze welvaart en ons land zouden helpen opbouwen, maar die ook hier moesten zijn. Dus heb ik mijzelf toegewijd aan het vluchtelingen- en immigratierecht. Cohen richtte vervolgens de Halifax Refugee Clinic op en heeft “als mentor gediend voor een nieuwe generatie van immigratierecht professionals, die hem helpen bij het doorvoeren van veranderingen in het systeem”. Halifax Magazine heeft Cohen beschreven als “het gezicht van het immigratierecht in Nova Scotia”.

De meest vooraanstaande immigratieadvocaat van Montreal is David Cohen. Cohen is de oprichter van CanadaVisa.com en zit aan de Leaders’ Roundtable on Immigration van de Conference Board of Canada. Hij is verschenen voor een aantal Canadese parlementaire commissies van de Canadese regering over immigratiekwesties, waar hij “actief samenwerkt met de overheid om belanghebbenden te informeren over de preciezere punten van de Immigration and Refugee Protection Act (IRPA)”. Dit gebeurde in de vorm van luidruchtig verzet tegen de door de conservatieve regering voorgestelde wetswijzigingen, die de migratie zouden beperken. Ondertussen is een van Toronto’s “vooraanstaandste” immigratieadvocaten de Joodse Shelley Levine, die duizenden vluchtelingen en asielzoekers heeft vertegenwoordigd in de Canadese immigratierechtbanken en die regelmatig beroep instelt bij de Refugee Appeal Division en bij de Federal Court Trial Division waar hij pleit tegen negatieve immigratiebeslissingen in het kader van de Judicial Review.

De Canadese Orde van Advocaten (CBA) heeft in 2009 de Immigration Law Section Award of Excellence in het leven geroepen en heeft sindsdien zeven keer de award uitgereikt. Hiervan zijn er drie keer joden onderscheiden (2009 – David Matas, senior legal counsel van B’nai Brith Canada; 2011 – Gary Segal; en 2015 – Lorne Waldman). Waldman, die vaak lyrisch is over zijn joodse achtergrond, is door Canadese advocaten beschreven als een van de 25 meest invloedrijke advocaten in Canada, en als de meest invloedrijke vluchtelingen- en immigratieadvocaat in het land. In 2013 werd de prijs uitgereikt aan de oprichters van de afdeling Immigratierecht van de CBA – Mendel Green, Cecil Rotenberg, Barbara Jackman, Marshall Drukarsh, Charles Roach, Gary Segal, Carter Hoppe, Steve Abrahams en Donald Greenbaum. Het is duidelijk dat de meeste, zo niet alle, van deze personen joden zijn. Joodse advocaten zijn ook zeer goed vertegenwoordigd in de Immigratie- en Vluchtelingenraad van Canada, waaronder Edward E. AronoffGregory CohenJeffrey KushnerShereen Benzvy Miller  – Vice-voorzitter van de organisatie, Jonathan Rozenstein, Jaclyn Wasserman, Claire Wittenberg en Marie-Claude Yaacov.

Twee van Canada’s meest spraakmakende academische propagandisten voor de toegenomen immigratie zijn Hugh Segal, een alumnus van United Talmud Torah Academy, en Maureen Silcoff. Segal is een Distinguished Fellow aan de Munk School of Global Affairs, Universiteit van Toronto en hoofd van Massey College. Hij diende ook in de Canadese Senaat als conservatief uit Ontario, wat erop wijst dat de term conservatief nu volkomen betekenisloos is. Silcoff is een immigratie- en vluchtelingenadvocaat, een voormalig lid van de Immigration and Refugee Board, en medevoorzitter van de Canadese Vereniging van Vluchtelingenadvocaten. In juli 2018 hebben Segal en Silcoff, samen met een Oost-Aziaat genaamd Chen, de handen ineengeslagen om een stuk te schrijven voor de National Post met de titel: “De toekomstige welvaart van Canada hangt af van het openen – niet sluiten – van onze grenzen: We hebben meer immigratie nodig”.

Aangezien naar schatting 1,2% van de Canadese bevolking joden zijn, zien we opnieuw niet alleen oververtegenwoordigingen, maar ook buitengewone oververtegenwoordigingen van joden op het gebied van immigratie, vluchtelingenhulp en de bevordering van multiculturalisme.

VK

In het Verenigd Koninkrijk zijn de joden ook opvallend oververtegenwoordigd in de ontwikkeling van het pro-immigratiebeleid. In 2000 heeft Tom Steinberg, een Britse jood die nergens verstand van zaken heeft, maar buitengewoon succesvol is in het verwerven van invloed bij Britse en Amerikaanse regeringen, een beleidsdocument geschreven voor het Institute of Economic Affairs, getiteld “Reforming British Migration Policy“. Tot zijn argumenten behoren de volgende:

Het tweede voordeel van het toelaten van economische migranten in het Verenigd Koninkrijk is het culturele erfgoed dat zij meenemen, of het nu gaat om keuken, muziek, wetenschap, literatuur, vormen van sociale organisatie of werkelijke objecten en middelen. Groot-Brittannië heeft geprofiteerd van een niet te berekenen hoeveelheid geïmporteerde praktijken, van kippentikka masala tot de democratie zelf. De gevaren van landen die wetten maken om culturele zuiverheid af te dwingen, hoeven nauwelijks te worden herhaald. Groot-Brittannië staat niet op het punt een dergelijke weg in te slaan, maar het gebrek aan open migratiekanalen betekent een onvermijdelijke vertraging van culturele assimilatie, met mogelijke sociale en economische kosten. De gemiste kansen zelf zijn onmogelijk te berekenen, maar we hoeven alleen maar op te merken dat de oprichter van Intel een in Hongarije geboren migrant in de VS was, of dat Picasso inspiratie kreeg van Afrikaanse maskers, om de verschillende en mogelijk enorme alternatieve kosten te zien die een belemmering zouden kunnen vormen voor culturele interactie. Als we in het verleden zo’n streng migratiebeleid hadden gevoerd als nu, dan kunnen we er zeker van zijn dat Groot-Brittannië een minder rijke plaats zou zijn dan het nu is. Onze primaire religie, een groot deel van onze taal, ons bier en onze favoriete voedingsmiddelen hebben allemaal sterke buitenlandse elementen die door ons huidige migratiebeleid hadden kunnen worden uitgesloten.

Doorheen het document zijn meerdere verwijzingen naar toespraken van Barbara Roche, de Britse minister van Staat voor Asiel en Immigratie, 1999-2001. Roche is ook joods. In februari 2016, een biografie van Tony Blair, Broken Vows: Tony Blair – The Tragedy of Power (geserialiseerd in de Daily Mail), beschreef Roche’s rol in de bewuste aanmoediging van massale immigratie in het Verenigd Koninkrijk tijdens Blair’s tijd als premier. De Daily Mail, in zijn serialisatie, becommentarieerde: “De meest ongelooflijke onthullingen betreffen Barbara Roche, een weinig bekend parlementslid dat tussen 1999 en 2001 minister van immigratie was. Tijdens deze periode nam ze in alle rust een beleid aan dat het gezicht van het Verenigd Koninkrijk veranderde…. Ze veranderde de regels om meer werkvergunningen te kunnen afgeven, vooral aan mensen die voorheen als asielzoekers werden beschouwd”. Stephen Boys Smith, die toen hoofd was van de immigratiedirectie van het ministerie van Binnenlandse Zaken, voegde daaraan toe: “Het was duidelijk dat Roche meer immigranten naar Groot-Brittannië wilde laten komen. Ze zag haar baan niet als het controleren van de toegang tot Groot-Brittannië, maar door het bredere beeld op een “holistische manier” te bekijken, wilde ze dat we het voordeel van een multiculturele samenleving zouden zien”.

Tom Steinberg and Barbara Roche

Een van de belangrijkste pro-migrantenactivisten van Groot-Brittannië voor de Roche-jaren was Steve Cohen, een joodse mensenrechtenadvocaat in Manchester. Cohen richtte de Immigration Aid Unit op en was “politiek gekant tegen immigratiecontroles in hun totaliteit en nam deel aan vele anti-deportatie en immigratiecampagnes, zowel als advocaat als campagnevoerder”. Hij richtte in september 2003 de ‘No One is Illegal’ Group op en schreef een aantal traktaten met titels als Imagine There’s No Countries en From the Jews to the Tamils: De mishandeling van vluchtelingen door Groot-Brittannië. Cohen omschreef zichzelf als een socialist, maar zijn ‘open grenzen’-ideologie wordt goed weerspiegeld door Bryan Caplan, een joodse Amerikaanse kapitalistische econoom die door zowel The Atlantic als Vox wordt beschreven als een van ’s werelds belangrijkste voorstanders van de open grenzen positie. Een van Caplan’s traktaten is getiteld Why Should We Restrict Immigration?, iets dat gemakkelijk uit het Cohen canon had kunnen komen. Blijkbaar zeer verschillend in hun economie, komt hun gemeenschappelijke etnische afkomst naar voren als de enige belangrijke verbinding. Het Refugee Law Initiative, van het Verenigd Koninkrijk, gevestigd aan de Universiteit van Londen, is opgericht en wordt geleid door een jood, directeur David Cantor. Cantor werkte eerder in het Refugee Legal Centre, een in Londen gevestigd publiekrechtelijk centrum dat gratis juridisch advies en vertegenwoordiging biedt aan asielzoekers.

Discussie

Geen van het bovenstaande houdt rekening met de even productieve aanwezigheid van Joden in wat men de “propagandistische” elementen van het zich ontvouwende tijdperk van massamigratie zou kunnen noemen, of gebieden van activisme waarin Joden expliciet als Joden optreden (bv. HIAS). Deze onderwerpen zullen apart behandeld moeten worden en zullen een latere aanvulling vormen op wat ongetwijfeld een uitgebreide serie zal worden die de verrassende overeenkomsten in het pro-migranten- en vluchtelingen-joodse activisme zal onderzoeken. De bedoeling van dit essay is slechts een inleiding te geven op de thema’s, en op sommige van de betrokken individuen en groepen, en op te treden als een correctie op de Cofnas-hypothese, die al te abrupt en netjes eindigt met de stelling dat joden gewoonweg geneigd zijn tot oververtegenwoordiging. We kunnen antwoorden dat er oververtegenwoordigingen zijn en dan weer oververtegenwoordigingen. Er is echt geen vergelijking tussen de joodse betrokkenheid bij de anti-immigratiepolitiek en de joodse betrokkenheid bij de pro-immigratiepolitiek. In feite is Israël de enige plaats op aarde waar men ruimschoots bewijs van de eerste zou kunnen vinden – een feit dat de Cofnas-hypothese vervloekt in plaats van deze te ondersteunen.

Om Hamlet te parafraseren, zouden we, als we naar Israël kijken, kunnen zeggen: “Ay, het schuurt!” Want als de Joodse interesse in immigratie en vluchtelingen wordt uitgelokt, zoals ons zo vaak wordt verteld, door de Joodse historische ervaring, dan lijkt het erop dat Joden alleen bereid zijn om deze verwrongen zelfmedelijdende nostalgie in andere landen dan hun eigen land te bevredigen. Als de pro-vluchteling, pro-migrantengekte een (joods) diaspora fenomeen is, dan hebben de landen van de diaspora een probleem. De praktische realiteit van dit probleem is van dien aard dat anti-immigratiepolitiek zonder antisemitische elementen gedoemd is te mislukken. Joden zorgen aantoonbaar voor het leiderschap, de organisatorische capaciteit, het geld en de legale agressie die de massamigratiemachine aandrijft. Dit is geen samenzweringstheorie. De namen en groepen hier kunnen worden gecontroleerd en opnieuw worden gecontroleerd – ze zullen niet verdwijnen, en de percentages zullen niet veranderen.

It’s time to wake up.

Noten:

[1] See Gee, H. “The Refugee Burden: A Closer Look at the Refugee Act of 1980,” 26 N.C. J. Int’l L. & Com. Reg. 559 (2000).

[2] MacDonald, K. “Jewish Involvement in Shaping American Immigration Policy, 1881–1965: A Historical Review”, Population and Environment (1998) 19: 295.

[3] See Cofnas, N. “Judaism as a Group Evolutionary Strategy: A Critical Analysis of Kevin MacDonald’s Theory”, Human Nature (2018) 29: 134.

[4] No Jews were/are listed on staff at similar but smaller groups such as American Immigration Control Foundation, California Coalition for Immigration Reform, ProjectUSA, or American Patrol.

[5] “Hans Eysenck’s Controversial Career,” The Lancet, Vol. 376, August 7 2010, 407.

[6] Another interesting qualitative aspect to board membership at the IRC is the high proportion of Jews with a background in corporate finance and banking.

Bron:

Jewish Involvement in Contemporary Refugee and Migrant Organizations

Jewish Involvement in Contemporary Refugee and Migrant Organizations — Part One

Jewish Involvement in Contemporary Refugee and Migrant Organizations — Part Two

Door: 

Editor’s note: Andrew Joyce has been permanently banned from Twitter for posting some of these names—just the names, no comments. He was also paid a visit by the UK thought police as a result of those posts. Because of new software, he has been unable to start an account even other pseudonyms.

Altijd op de hoogte blijven van het laatste nieuws?

Volg ons dan nu op Telegram via > deze link < !

Doe mee met 1.045 andere volgers

De redactie van deze site modereert niet de reacties op voorhand, opdat u openlijk en direct met elkaar kunt discussiëren. U bent zelf verantwoordelijk voor wat u schrijft in het reactieveld. Het recht om de wet te overtreden, het oproepen tot moord, doodsverwensingen en dergelijke, is echter voorbehouden aan de redactie. Als we dan toch voor de rechter moeten verschijnen, staan we daar liever zelf dan dat we gedwongen worden uw e-mail-adres en IP-nummer af te geven onder bedreiging van overheidsgeweld. Dus houd je een beetje in of wees creatief.

About Piranjaha (521 Articles)
Remigratie-activist | White Supremacist

5 Comments on Joodse betrokkenheid bij hedendaagse vluchtelingen- en migrantenorganisaties

  1. fascismenl // januari 4, 2019 om 11:00 //

    Vergeet niet dat Eduard Nazarski (joods) de directeur van Amnesty International is. Simone Kukenheim (joods) die van Amsterdam een republiek wilde maken als Wilders aan de macht kwam. Gregor Gysi (joods) is de leider van Europees Links (en voorheen Die Linke in Duitsland). Daniel Cohn-Bendit (joods) leider van de Europese Groenen. Wat te denken van de mediamogool en “Catalaans” Trotskist Jaume Roures (joods)?

    Like

  2. Zeer goede en uitvoerige studie! Er zijn helaas maar weinigen die het vermogen hebben te doorzien dat we te maken hebben met dit dodelijke virus.

    Liked by 1 persoon

  3. antiislamnu // januari 4, 2019 om 23:13 //

    Like

  4. Joden.

    De Ashkenazi vooral zijn in meerdere wereldse organisaties in de top goed vertegenwoordigd.

    Like

  5. Sereterica // januari 22, 2019 om 21:13 //

    Het zijn dezelfde idiooten zoals bij jewish voice for peace. Het houd wel op als die Jesuit banker Bauer de Rothschild eindelijk is afgeknald.

    Like

Reageer ook

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google photo

Je reageert onder je Google account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s