Nieuw

‘The Culture of Critique’ besproken door Stanley Hornbeck

'Dit is een goede recensie van 'The Culture of Critique'. Het geeft blijk van een grondig begrip van de problemen en argumenten' - Kevin MacDonald

In ‘The Culture of Critique’ gaat Kevin MacDonald verder met een zorgvuldig onderzocht, maar uiterst controversieel proefschrift: dat bepaalde intellectuele bewegingen uit de 20e eeuw – grotendeels opgericht en geleid door Joden – de Europese samenlevingen op fundamentele wijze hebben veranderd en het vertrouwen van de Westerse mens hebben vernietigd. Hij beweert dat deze bewegingen, bewust of onbewust, bedoeld waren om Joodse belangen te bevorderen, ook al werden ze aan niet-Joden voorgesteld als universalistisch en zelfs utopisch. Hij concludeert dat de toenemende dominantie van deze ideeën diepgaande politieke en sociale gevolgen heeft gehad, waarvan Joden hebben geprofiteerd, maar die grote schade hebben toegebracht aan de ‘Gentile’ samenlevingen (1. Deze analyse, die hij in volle overtuiging maakt, is een ongebruikelijke aanklacht tegen een volk waarvan algemeen wordt aangenomen dat het meer kwaad aangedaan wordt dan dat het zelf kwaad doet.

( Door: Stanley Hornbeck. Vertaling: Fubar.)

‘The Culture of Critique’ is de eindtitel van Prof. MacDonald’s enorme, driedelige studie van Joden en hun rol in de geschiedenis. De twee voorgaande delen zijn ‘A People That Shall Dwell Alone’ en ‘Separation and its Discontents’, uitgegeven door Praeger in 1994 en 1998. De serie is geschreven vanuit een sociobiologisch perspectief dat het Jodendom ziet als een unieke overlevingsstrategie die Joden helpt te concurreren met andere etnische groepen. Prof. MacDonald, die psycholoog is aan de Universiteit van Californië aan Long Beach, legt dit perspectief in het eerste deel uit, waarin wordt beschreven dat Joden een zeer krachtig gevoel van uniciteit hebben, waardoor ze sociaal en genetisch gescheiden zijn gebleven van andere volkeren. Het tweede deel schetst de geschiedenis van relaties tussen Joden en Gentiles en vindt de oorzaken van het antisemitisme vooral in de bijna onveranderlijk commerciële en intellectuele dominantie van Joden in de Gentile samenlevingen en in hun weigering tot assimilatie. ‘The Culture of Critique’ brengt zijn analyse naar de huidige eeuw, met een verslag van de Joodse rol in ‘de radicale kritiek’ op de traditionele cultuur.

De intellectuele stromingen die Prof. MacDonald in deze bundel bespreekt zijn het marxisme, de Freudiaanse psychoanalyse, de Frankfurter Schule voor sociologie en de Boasiaanse antropologie (2. Misschien wel het meest relevant vanuit een raciaal motief gezien, traceert hij ook de rol van Joden bij het bevorderen van multiculturalisme en immigratie uit de Derde Wereld (3. Gedurende zijn analyse herhaalt Prof. MacDonald zijn standpunt dat Joden deze bewegingen als Jood en in het belang van de Jood hebben gepromoot, hoewel ze vaak de indruk hebben proberen te wekken dat ze geen eigenbelang hadden. Daarom is de diepste aanklacht van Prof. MacDonald tegen Joden niet etnocentrisme, maar oneerlijkheid – dat hij weliswaar beweert zich in te zetten voor het welzijn van de mensheid, maar dat hij vaak voor zijn eigen welzijn en ten nadele van anderen heeft gewerkt. Terwijl ze probeerden de broederschap van de mens te bevorderen door de etnische identificatie van Gentiles op te heffen, hebben Joden zelf precies het soort intense groepssolidariteit in stand gehouden dat zij in anderen als immoreel bestempelen.

Diversiteit toejuichen

Prof. MacDonald beweert dat een van de meest consistente manieren waarop Joden hun belangen hebben behartigd, het bevorderen van pluralisme en diversiteit is geweest – maar alleen voor anderen. Al sinds de 19e eeuw leiden ze bewegingen die de traditionele fundamenten van de Gentile samenleving in diskrediet proberen te brengen: patriottisme, rassenloyaliteit, de christelijke basis voor moraliteit, sociale homogeniteit en seksuele terughoudendheid (4. Tegelijkertijd hebben zij, binnen hun eigen gemeenschappen en met betrekking tot de staat Israël, vaak juist de instellingen gesteund die zij in de Gentile samenleving aanvallen.

Waarom is dit in het belang van de Joden? Omdat de voor Joden kenmerkende parochiale groepstrouw veel minder aandacht krijgt in een samenleving zonder een samenhangende raciale en culturele kern. De Joodse vastberadenheid om zich niet volledig te assimileren, die verantwoordelijk is voor hun voortbestaan als volk voor duizenden jaren – zelfs zonder een land – heeft altijd onaangename en zelfs moorddadige controle aangetrokken in naties met welomschreven nationale identiteiten. Naar de mening van Prof. MacDonald is het daarom in het belang van Joden om de identiteit van de mensen onder wie zij leven te verdunnen en te verzwakken. De Joodse identiteit kan alleen in veiligheid bloeien als de Gentile identiteit zwak is.

Prof. MacDonald citeert een opmerkelijke passage van Charles Silberman: “Amerikaanse Joden zijn toegewijd aan culturele tolerantie omdat ze geloven – een overtuiging die stevig verankerd is in de geschiedenis – dat Joden alleen veilig zijn in een samenleving die een breed scala aan houdingen en gedragingen accepteert, evenals een verscheidenheid aan religieuze en etnische groepen. Het is deze overtuiging, bijvoorbeeld, niet goedkeuring per se van homoseksualiteit, die een overweldigende meerderheid van de Amerikaanse Joden ertoe brengt ‘homorechten’ te onderschrijven en een liberale houding aan te nemen ten aanzien van de meeste andere zogenaamde ‘sociale’ kwesties.”

Hij zegt in feite dat wanneer Joden het diversiteit-is-onze-kracht-argument gebruiken, het ter ondersteuning van hun echte doel is om de homogeniteit van een samenleving te verdunnen, zodat Joden zich veilig zullen voelen.  Zij stellen een Joodse agenda op in termen waarvan zij denken dat Gentiles die zullen aanvaarden. Zoals het tweede deel van het Silberman citaat suggereert, kunnen Joden ook afwijkende bewegingen steunen, niet omdat ze denken dat het goed is voor het land, maar omdat het goed is voor de Joden.

Prof. Silberman geeft ook een verhelderend citaat van een Joodse econoom die dacht dat de republikeinen een verstandiger economisch beleid hadden, maar toch op de democratische presidentskandidaat stemde. Zijn reden? “Ik woon liever in een land dat geregeerd wordt door de gezichten die ik zag op de Democratische Conventie dan door de gezichten die ik zag op de Republikeinse Conventie. Deze man wantrouwt blijkbaar blanke Gentiles en stemde voor een raciaal gemengde partij, zelfs als haar economisch beleid verkeerd was. Wat goed is voor de Joden, lijkt voor te gaan op wat goed is voor het land.

Earl Raab, voormalig president van de sterk Joodse Brandeis University, maakt het diversiteitsargument op een enigszins andere manier. Zijn tevredenheid uitsprekend over de voorspelling dat tegen het midden van de volgende eeuw blanken een minderheid zullen worden, schrijft hij: “We zijn voorbij het punt waarop een nazi-Arische partij in dit land de overhand zal kunnen krijgen.” Hij is blijkbaar bereid de mensen en de cultuur van de grondleggers van dit land te verdrijven om de theoretische opkomst van een anti-Joods regime te voorkomen. Prof. Raab lijkt blanken vooral te zien als potentiële nazi’s en is bereid om hun cultuur en nationale continuïteit op te offeren om een verbeelde bedreiging voor Joden af te wenden. Deze passage gaat uit van het voortbestaan van Joden als een aparte gemeenschap, zelfs als de niet-Joodse blanken in aantallen en invloed achteruitgaan.

In dezelfde passage vervolgt Prof. Raab met de opmerking: “Wij [Joden] voeden al ongeveer een halve eeuw het Amerikaanse klimaat van oppositie tegen onverdraagzaamheid. Dat klimaat is nog niet geperfectioneerd, maar de heterogeniteit van onze bevolking maakt het over het algemeen onomkeerbaar…”. – net zoals het de uiteindelijke verdringing van de Europese cultuur ook onomkeerbaar neigt te maken.

Prof. MacDonald herleidt de ontwikkeling van deze diversiteitsstrategie tot verschillende bronnen. Het wordt algemeen erkend dat de Duits-Joodse immigrant Franz Boas (1858-1942) bijna in zijn eentje de huidige contouren van de antropologie vestigde, waardoor het van alle biologische verklaringen voor verschillen in menselijke cultuur of gedrag werd ontdaan. Prof. MacDonald meldt dat hij en zijn volgelingen – met de opvallende uitzonderingen van Margaret Mead en Ruth Benedictus – allemaal Joden waren met een sterke Joodse identiteit: “Joodse identificatie en het nastreven van gepercipieerde Joodse belangen, in het bijzonder het bepleiten van een ideologie van cultureel pluralisme als model voor westerse samenlevingen, is het ‘onzichtbare onderwerp’ van de Amerikaanse antropologie geweest.

In 1915 hadden Boas en zijn studenten de leiding over de ‘American Anthropological Association’ en in 1926 stonden zij aan het hoofd van elke grote Amerikaanse universitaire antropologische afdeling. Vanuit deze dominante positie propageerden ze het idee dat ras en biologie triviale zaken zijn, en dat de omgeving voor alles telt. Ze herschikten de antropologie volledig om intellectuele ondersteuning te bieden voor open immigratie, integratie en rassenvermenging. Ze legden ook de basis voor het idee dat omdat alle rassen hetzelfde potentieel hebben, de mislukkingen van niet-blanken uitsluitend te wijten zijn aan blanke onderdrukking. De uiteindelijke conclusie van de Boasiaanse antropologie was dat, aangezien de omgeving verantwoordelijk is voor alle menselijke verschillen, elke ongelijkheid in prestatie kan worden geëlimineerd door de omgeving te veranderen. Dit was de rechtvaardiging voor enorme en verkwistende overheidsinterventieprogramma’s.

De hele burgerrechtenbeweging kan gezien worden als een natuurlijk gevolg van de triomf van het Boasiaanse denken. Omdat alle rassen gelijkwaardig waren, was scheiding immoreel. De kleurlijn verscherpte ook blank zelfbewustzijn op manieren die blanken bewuster zouden kunnen maken van Joods parochialisme. Zo was het, volgens Prof. MacDonald, dat Joden bijna in hun eentje de desegregatiebeweging op gang brachten. Zonder de leiding van de Joden zou de NAACP nooit zijn opgericht, en tot 1975 was elk van zijn presidenten een Jood. Prof. MacDonald meldt dat in 1917, toen de zwarte separatist Marcus Garvey het NAACP-hoofdkwartier bezocht, hij zoveel blanke gezichten zag dat hij naar buiten stormde en klaagde dat het een blanke organisatie was (5.

Prof. MacDonald concludeert dat de inspanningen van de Joden cruciaal waren voor de “burgerrechten” transformatie van Amerika. Hij citeert een advocaat voor ‘the American Jewish Congress’ die beweert dat “veel van deze [burgerrechten] wetten daadwerkelijk zijn geschreven in de kantoren van Joodse instanties door Joodse personeelsmensen, geïntroduceerd door Joodse wetgevers en onder druk gezet door Joodse kiezers.”

De rol van de antropoloog werd er een van alles te bekritiseren over de westerse samenleving terwijl we alles dat primitief was verheerlijkten. Prof. MacDonald merkt op dat de Boasiaanse afbeeldingen van niet-westerse volkeren opzettelijk barbarij en wreedheid hebben genegeerd of eenvoudigweg hebben toegeschreven aan besmetting vanuit het Westen. Hij ziet dit als een bewuste poging om het vertrouwen van westerse samenlevingen te ondermijnen en ze doordringbaar/kwetsbaar te maken voor invloeden en mensen uit de derde wereld. Vandaag de dag is deze opvatting verankerd in het dogma dat Amerika open moet blijven voor immigratie omdat immigranten ‘spirit’ en energie brengen die autochtonen op de een of andere manier missen.

‘The Authoritarian Personality’

Om de Europese samenlevingen open te stellen voor de immigratie die hen zou transformeren, was het nodig om rassensolidariteit en toewijding aan de traditie in diskrediet te brengen. Prof. MacDonald stelt dat dit het basisdoel was van een groep intellectuelen die bekend staat als de Frankfurter Schule. Het zogenaamde Institute of Social Research werd in Frankfurt (Duitsland) opgericht tijdens Weimar door een Joodse miljonair, maar werd kort na de machtsovername door de nazi’s gesloten. Het grootste deel van zijn personeel emigreerde naar de Verenigde Staten en het instituut herstelde zich bij UC Berkeley. De organisatie werd geleid door Max Horkheimer en de meest invloedrijke leden waren T.W. Adorno, Erich Fromm en Herbert Marcuse, die allemaal een sterke Joodse identiteit hadden. Horkheimer maakte geen geheim van het partijdige karakter van de activiteiten van het instituut: “Onderzoek zou zich hier direct in propaganda kunnen transformeren”, schreef hij. (Cursief in het origineel.)

Prof. MacDonald wijdt vele pagina’s aan een analyse van ‘The Authoritarian Personality’, die werd geschreven door Adorno en verscheen in 1950. Het maakte deel uit van de serie ‘Studies in Prejudice’ van de Frankfurter Schule, waarin onder meer titels als ‘Anti-Semitism and Emotional Disorder’ werden opgenomen. ‘The Authoritarian Personality’ was met name van invloed omdat, volgens Prof. MacDonald, ‘the American Jewish Committee’ de promotie ervan sterk financierde en omdat Joodse academici de boodschap zo enthousiast oppakten.

Het doel van het boek is om elke groepsverband te laten klinken alsof het een teken van geestelijke stoornis is. Alles, van patriottisme tot religie tot loyaliteit aan familie en ras, is een teken van een gevaarlijke en gebrekkige “autoritaire persoonlijkheid”. Omdat het onwettig is om onderscheid te maken tussen verschillende groepen, zijn alle groepsloyaliteiten – zelfs hechte familiebanden! – “vooroordelen”. Zoals Christopher Lasch heeft geschreven, leidt het boek tot de conclusie dat vooroordelen “alleen kunnen worden uitgeroeid door het Amerikaanse volk te onderwerpen aan wat neerkomt op collectieve psychotherapie  – door hen te behandelen als gevangenen van een krankzinnigengesticht”.

Maar volgens Prof. MacDonald is het juist het soort groepstrouw, respect voor traditie, en bewustzijn van verschillen dat centraal staat in de Joodse identiteit dat Horkheimer en Adorno beschreven als geestelijke stoornis in de Gentiles. Deze schrijvers namen wat uiteindelijk een favoriete Sovjet tactiek tegen dissidenten werd: Iedereen met een andere politieke mening dan de zijne was krankzinnig. Zoals Prof. MacDonald uitlegt, heeft de Frankfurter Schule nooit de identiteit van Joodse groepen bekritiseerd of zelfs maar beschreven – alleen die van Gentiles: “gedrag dat van cruciaal belang is voor het Jodendom als een succesvolle groepsevolutionaire strategie wordt geconceptualiseerd als pathologisch in Gentiles.

Voor deze Joodse intellectuelen was antisemitisme ook een teken van psychische stoornis: Zij concludeerden dat christelijke zelfverloochening en in het bijzonder seksuele onderdrukking de Jodenhaat in de hand hebben gewerkt. De Frankfurter Schule was enthousiast over psycho-analyse, volgens welke “oedipale ambivalentie ten opzichte van de vader en anaal-sadistische relaties in de vroege kindertijd de anti-semiet zijn onherroepelijke erfenis is”.

Van belang is hier echter het succes van de beweging in het brandmerken van oude loyaliteit aan de natie en ras als geestelijke ziekten. Hoewel hij later kwam, had de Frans-Joodse “deconstructeur” Jacques Derrida dezelfde traditie toen hij schreef:

“Het idee achter deconstructie is om de werking van sterke natiestaten te deconstrueren met een krachtig immigratiebeleid, om de retoriek van het nationalisme, de politiek van de plaats, de metafysica van het geboorteland en de moedertaal te deconstrueren… Het idee is om de bommen te ontwapenen… van de identiteit die natiestaten opbouwen om zich te verdedigen tegen de vreemdeling, tegen Joden en Arabieren en immigranten…”.

Zoals Prof. MacDonald het uitdrukt: “Gezien op het meest abstracte niveau, is een fundamentele agenda dus het beïnvloeden van de Europese volkeren van de Verenigde Staten om de bezorgdheid over hun eigen demografische en culturele verduistering als irrationeel en als een indicatie van psychopathologie te beschouwen. Uiteraard is dit project succesvol geweest; iedereen die tegen de verdringing van blanken is, wordt routinematig behandeld als een geestelijk ongehinderde ‘haatzaaier’, en wanneer blanken hun groepsbelangen verdedigen, worden ze als psychisch ontoereikend beschreven. De ironie ontsnapt niet aan Prof. MacDonald: “De ideologie dat etnocentrisme een vorm van psychopathologie was, werd afgekondigd door een groep die in haar lange geschiedenis aantoonbaar de meest etnocentrische groep van alle culturen ter wereld was geweest.

Immigratie

Prof. MacDonald stelt dat het niet meer dan normaal is dat Joden open immigratie bevorderen. Het brengt de “diversiteit” teweeg die Joden geruststelt en het houdt Amerika open voor vervolgde co-religionisten over de hele wereld. Hij zegt dat Joden de enige groep is die altijd heeft gestreden voor massa-immigratie; enkele Europese etnische organisaties hebben sporadisch geprobeerd het voor hun eigen mensen gemakkelijker te maken om te komen, maar alleen Joden hebben consequent open grenzen voor alle nieuwkomers gepromoot. Bovendien hebben Joden van elke politieke gezindheid, welke onenigheid ze ook over andere kwesties hebben gehad, een hoge immigratie voorgestaan.

Ook dit gaat vele jaren terug, en Prof. MacDonald traceert in detail de volgehouden Joodse pro-immigratie-inspanning. Israel Zangwill, auteur van het gelijknamige toneelstuk ‘The Melting Pot’ uit 1908, was van mening dat “er maar één weg is naar de wereldvrede, en dat is de absolute afschaffing van paspoorten, visa, grenzen, douanekantoren…”. Toch was hij een vurig zionist en veroordeelde hij de Joodse interhuwelijking.

Hoewel het Vrijheidsbeeld, ook wel bekend als ‘Liberty Enlightening the World’, een geschenk was aan de Verenigde Staten uit Frankrijk als een eerbetoon aan Amerikaanse politieke tradities, hielp het sonnet van de Joodse Emma Lazarus het te veranderen in een symbool van immigratie. Aangehecht aan de voet van het standbeeld enkele decennia na de bouw ervan, verwelkomt het gedicht in Amerika “opeengehoopte massa’s verlangend om vrij te ademen/de ellendige verschoppelingen aan uw vruchtbare kust”.

Prof. MacDonald heeft ontdekt dat Joden al lange tijd ongeloofwaardige argumenten naar voren brengen dat diversiteit een typisch Amerikaanse kracht is. Hij meldt dat ‘the American Jewish Committee’ er in 1948 bij het Congres op aandrong te geloven dat “het Amerikanisme de geest is achter het onthaal dat Amerika van oudsher heeft geboden aan mensen van alle rassen, religies en nationaliteiten”. Zo’n traditie was er natuurlijk nog nooit geweest. In 1952 stelde ‘the American Jewish Congress’ in hoorzittingen over immigratie dat “onze nationale ervaring onomstotelijk heeft bevestigd dat onze kracht in de diversiteit van onze volkeren ligt”. Ook dit was in een tijd waarin de Amerikaanse immigratiewet nog expliciet was ontworpen om een blanke meerderheid te behouden (6.

Er wordt vaak gezegd dat toen het oude immigratiebeleid in 1965 werd afgeschaft, bijna niemand wist en voorspelde dat de nieuwe wet de raciale samenstelling van het land zou veranderen. Prof. MacDonald bestrijdt dit met het argument dat dit van meet af aan het doel van Joodse groepen was geweest.

Prof. MacDonald vindt dat Joden de belangrijkste voorstanders van immigratie in Engeland, Frankrijk en Canada zijn geweest, en dat Joodse groepen de meest vocale tegenstanders van onafhankelijkheid voor Quebec waren. Australische Joden leidden de inspanningen om het ‘blanke Australië’-beleid te ontmantelen, een reden waarom werd geciteerd uit een redactioneel artikel in ‘the Australian Jewish Democrat’: “Het versterken van multicultureel of divers Australië is ook onze meest effectieve verzekering tegen antisemitisme. Op de dag dat Australië een Chinese Australische gouverneur-generaal heeft, zou ik meer vertrouwen hebben in mijn vrijheid om als een Joodse Australiër te leven”. Net als Earl Raab over de Verenigde Staten schrijft, is deze Australische Jood bereid om de traditionele cultuur, mensen en identiteit van Australië op te offeren aan specifiek Joodse belangen. Het zou niet verwonderlijk zijn als zo’n openlijk verwoorde doelstelling niet het tegenovergestelde effect zou hebben en het anti-Joodse sentiment niet zou versterken.

Joden en links

Het is algemeen bekend dat Joden van oudsher met links geassocieerd worden en Prof. MacDonald onderzoekt dit verband tot in detail. Historisch gezien was het begrijpelijk dat Joden bewegingen steunden die voorstander waren van het omverwerpen van de bestaande orde. Na de emancipatie stuitten Joden op verzet van Gentile elites die geen terrein wilden verliezen aan hun concurrenten en buitenstaanders worden al snel revolutionairen. Naar de mening van Prof. MacDonald is de Joodse inzet voor linkse doelen echter vaak ingegeven door de hoop dat vooral het communisme een middel zou zijn om antisemitisme te bestrijden, en door de verwachting dat universalistische sociale oplossingen nog een andere manier zouden zijn om Gentile loyaliteiten die Joden zouden kunnen uitsluiten, op te heffen. De aantrekkingskracht van universalistische ideologieën hangt samen met de impliciete opvatting dat Joods particularisme uitgesloten zal zijn: “In het uiterste geval zou aanvaarding van een universalistische ideologie door de Gentiles ertoe leiden dat de Gentiles de Joden helemaal niet als een andere sociale categorie zouden waarnemen, terwijl de Joden niettemin een sterke persoonlijke identiteit als de Joden zouden kunnen behouden.

Prof. MacDonald stelt dat Joden specifiek Joodse redenen hadden om de bolsjewistische revolutie te steunen. Het tsaristische Rusland was berucht om zijn antisemitische beleid en in zijn beginjaren leek de Sovjet-Unie het beloofde land voor Joden: het maakte een einde aan het antisemitisme van de staat, probeerde het christendom uit te roeien, bood individuele Joden kansen en preekte een “klassenloze” samenleving waarin het Jodendom vermoedelijk geen negatieve aandacht zou krijgen. Omdat het marxisme bovendien leerde dat alle conflicten eerder economisch dan etnisch waren, geloofden veel Joden dat het het einde van het antisemitisme inluidde.

Prof. MacDonald benadrukt dat Joodse communisten weliswaar zowel het atheïsme als de solidariteit van de werkende mensen in de wereld predikten, maar dat zij zich toch moeite getroost hebben om een duidelijke, seculiere Joodse identiteit te behouden. Hij meldt dat Lenin zelf (die één Joodse grootouder had) de voortzetting van een expliciet Joodse identiteit onder het communisme goedkeurde, en in 1946 stemde de Communistische Partij van de Verenigde Staten voor een resolutie waarin ook het Joodse volk in communistische landen werd gesteund. Hoewel het communisme dus zonder grenzen of religie moest zijn, hadden Joden er alle vertrouwen in dat het hun eigen groepsidentiteit een plaats zou geven. Hij schrijft dat ondanks de officiële opvatting dat alle mannen broeders zouden worden, “zeer weinig Joden hun Joodse identiteit verloren gedurende de hele Sovjettijd”.

Joodse communisten verraden soms een opmerkelijk particularisme. Prof. MacDonald citeert Charles Pappoport, de Franse communistische leider: “Het Joodse volk [is] de drager van alle grote ideeën van eenheid en menselijke gemeenschap in de geschiedenis… De verdwijning van het Joodse volk zou de dood van de mensheid betekenen, de uiteindelijke transformatie van de mens in een wild beest”. Dit lijkt Joden een elitepositie toe te schrijven die onverenigbaar is met “eenheid en menselijke gemeenschap”.

Prof. MacDonald stelt dat veel Joden pas van het communisme begonnen af te glijden nadat Stalin zich antisemitisch toonde. En net zoals Joden de belangrijkste revolutionairen waren in het antisemitische pre-Revolutionaire Rusland, werden Joden de belangrijkste dissidenten in een antisemitische Sovjet-Unie. Een soortgelijk patroon is terug te vinden in de opgelegde communistische regeringen van Oost-Europa, die grotendeels door Joden werden gedomineerd. De meerderheid van de leiders van de Poolse Communistische Partij sprak bijvoorbeeld beter Jiddisch dan Pools en ook zij behielden een sterke Joodse identiteit. Na de val van het communisme waren velen niet langer Pools en emigreerden ze naar Israël.

Prof. MacDonald schrijft dat in Bela Kun’s kortlevende communistische regering van Hongarije in 1919 95 procent van de leiders Joden waren, en dat ten tijde van de opstand van 1956 het communisme zo nauw met Joden verbonden was dat de rellen bijna de smaak van een pogrom hadden. Hij betoogt dat ook in de Verenigde Staten de harde kern onder communisten en studenten voor een Democratische Samenleving (SDS) voornamelijk Joods was. Ook hier was een revolutionair, atheïstisch en universalistisch wereldbeeld volledig verenigbaar met een sterke identificatie als Jood. Prof. MacDonald citeert uit een studie van Amerikaans links:

“Veel communisten zeggen bijvoorbeeld dat ze nooit met een echtgenoot hadden kunnen trouwen die geen linkse was. Toen Joden gevraagd werd of ze met niet-Joden hadden kunnen trouwen, aarzelden velen, verbaasden zich over de vraag en vonden het moeilijk te beantwoorden. Bij nader inzien kwamen velen tot de conclusie dat zij het huwelijk met een Joods iemand altijd als vanzelfsprekend hadden beschouwd. “Hun toewijding als Jood was nog fundamenteler en ononderzocht dan hun betrokkenheid bij links”.

Prof. MacDonald meldt dat veel Amerikaanse Joden het communisme ook verlieten toen het steeds antisemitischer werd. Het verbreken van de diplomatieke banden met Israël door de Sovjet-Unie tijdens de oorlog van 1967 was voor een groot deel de laatste druppel op een gloeiende plaat. Een voormalige SDS-activist sprak ongetwijfeld voor velen toen hij uitlegde: “Als ik moet kiezen tussen de Joodse zaak en een ‘progressieve’ anti-Israëlische SDS, zal ik de Joodse zaak kiezen. Als er barricades worden opgeworpen, zal ik vechten als Jood.

Volgens prof. MacDonald kan het Amerikaanse neoconservatisme ook worden omschreven als een oppervlakverschuiving in de externe politiek die de meer fundamentele toewijding aan de Joodse identiteit onveranderd laat. Dus verlieten voormalig linksen een ideologie die zich tegen Israël had gekeerd en vormden het Amerikaanse conservatisme om tot een andere beweging, waarvan het onwrikbare thema de steun aan Israël was. Neoconservatieven ondersteunen ook hoge niveaus van immigratie en waren actief in het uitsluiten van witte raciale identificatie van het “respectabele” recht.

Bezwaren

Er zijn veel mogelijke bezwaren tegen het proefschrift van Prof. MacDonald. De eerste is dat het grotendeels is gebaseerd op de veronderstelling dat Joden oneerlijk zijn. Het is altijd riskant om aan te nemen dat men de motieven van anderen beter begrijpt dan zijzelf. Joden beschouwen zichzelf van oudsher als een welwillende aanwezigheid, zelfs als een “licht voor de naties” of een “uitverkoren volk”. Dit wordt vandaag weerspiegeld in het Joodse zelfbeeld als voorvechters van de buitengeslotenen en onderdrukten. Wat doorgaat voor ”sociale rechtvaardigheid” heeft meestal tot gevolg dat de tradities en loyaliteiten van de Gentile samenleving worden ondermijnd, maar ondermijnen Joden deze dingen welbewust in plaats van te corrigeren wat zij zien als misstanden?

Prof. MacDonald geeft toe dat veel Joden oprecht zijn in hun steun aan de liberale zaak, maar escaleert vervolgens zijn aanklacht met het argument dat “de beste bedriegers degenen zijn die zichzelf bedriegen”. Met andere woorden, veel Joden die zich daadwerkelijk inzetten voor Joodse belangen, hebben zich eerst anders laten overtuigen. Een Jood die vooral wil dat Amerika minder blank wordt, kan zich ook hebben laten overtuigen dat Amerika baat heeft bij een veelheid aan culturen. Na zichzelf overtuigd te hebben kan hij anderen effectiever overtuigen.

Veel Joden, zo betoogt Prof. MacDonald, zijn zich niet eens bewust van de mate waarin hun Joodsheid centraal staat in hun identiteit of politieke opvattingen. Hij citeert Rabbi Abraham Joshua Heschel over zijn verbazing over hoe gepassioneerd hij tijdens de oorlog van 1967 de Israëlische kant omarmde: “Ik had niet geweten hoe Joods ik was”. Dit is een aangrijpende verklaring van een man die misschien wel de grootste Joodse geestelijk leider van zijn tijd was. En of het nu wel of niet van invloed is op hun politiek, Joden lijken zeker een zeer levendig gevoel van ‘peoplehood’ te hebben. Prof. MacDonald citeert de theoloog Eugene Borowitz als volgt: “De meeste Joden claimen te zijn uitgerust met een interpersoonlijk vriend- of vijand detectie-apparaat dat hen in staat stelt om de aanwezigheid van een andere Jood op te sporen, ondanks zware camouflage”. Altijd denken in termen van “vrienden of vijand” is geen onbelangrijke zaak.

Prof. MacDonald is daarom sceptisch over Joodse loocheningen: “Oppervlakkige verklaringen van een gebrek aan Joodse identiteit kunnen zeer misleidend zijn”. Hij merkt op dat in Joodse publicaties wordt geschreven over de macht en invloed van Amerikaanse Joden in de taal die Joden onmiddellijk als “antisemitisch” zouden aanprijzen als ze door Gentiles zouden worden gebruikt. Hij is het eens met Joseph Sobran, die zei: “Zij willen onder elkaar Jood zijn, maar hebben er bezwaar tegen dat zij door niet-Joden als Jood worden gezien. Ze willen hun eigen specifieke belangen nastreven en tegelijkertijd doen alsof ze die belangen niet hebben…”.

Prof. MacDonald stelt dat het succes van door Joden geleide intellectuele bewegingen alleen mogelijk is geweest omdat hun Joodse karakter verborgen was. Als multiculturalisme of massa-immigratie of ‘De Autoritaire Persoonlijkheid’ door orthodoxe Joden in zwarte jassen was gepromoot, zou het Joodse element duidelijk zijn geweest. Prof. MacDonald schrijft dat in feite “de Joodse politieke agenda geen deel uitmaakte van de theorie en dat de theorieën zelf geen openlijke Joodse inhoud hadden”. Het was dan ook onwaarschijnlijk dat niet-Joodse intellectuelen die deze theorieën zouden benaderen, ze zouden zien als aspecten van de Joods-Gentile culturele competitie of als een aspect van een specifiek Joodse politieke agenda. Prof. MacDonald beweert ook dat Joden vaak hebben geprobeerd het Joodse karakter van een intellectuele beweging te verbergen door symbolische Gentiles te rekruteren voor zichtbare functies als woordvoerders. Hij schrijft dat deze tactiek zo gangbaar was in de Amerikaanse Communistische Partij, dat Gentiles er vaak doorheen zagen en ontslag namen.

Maar hoe kunnen motieven ooit volledig gekend zijn? Prof. MacDonald stelt een moeilijke test: “Het beste bewijs dat individuen echt geen Joodse identiteit meer hebben, is als ze kiezen voor een politieke optie die ze duidelijk niet als in het belang van de Joden als groep zien. Bij gebrek aan een duidelijk ervaren conflict met Joodse belangen, blijft het mogelijk dat verschillende politieke keuzes onder etnische Joden alleen verschillen in tactiek zijn om Joodse belangen het beste te bereiken”.

Deze norm kan te streng lijken – totdat hij wordt toegepast op blanke Gentiles. Immigratie uit de derde wereld, positieve discriminatie, antidiscriminatiewetten en gedwongen integratie zijn duidelijk niet in het belang van blanken, maar veel blanken omarmen het en laten zo zien hoe volledig ze hun raciale identiteit hebben opgegeven.

Tot slot stelt Prof. MacDonald de verontrustende mogelijkheid aan de orde dat sommige Joden door eeuwenlange conflicten met Gentiles de Gentile samenleving actief haten en bewust willen vernietigen: “een fundamentele motivatie van Joodse intellectuelen die betrokken zijn bij maatschappelijke kritiek is gewoon haat tegen de Gentile gedomineerde machtsstructuur die als antisemitisch wordt ervaren. Hij omschrijft de Duits-Joodse dichter Heinrich Heine als “gebruik makend van zijn vaardigheid, reputatie en populariteit om het intellectuele vertrouwen van de gevestigde orde te ondermijnen”.

Ter verdediging van deze zeer provocerende opvatting citeert Prof. MacDonald Benjamin Disraeli over de effecten van eeuwenlange Joods-Gentile relaties op Joden: “het kan zijn dat ze zo vijandig tegenover de mensheid geworden zijn, en dat dat hun huidige gedrag verklaart, door de onvriendelijke behandeling door de samenlevingen waarin zij leefden en waarmee zij zich nauwelijks mochten mengen” (7.

Afgezien van alle vragen over motieven, echter, is de kwestie van de getallen. Joden vormen een kleine minderheid in de Verenigde Staten en binnen die minderheid heerst zelfs onenigheid over zaken die Joden duidelijk aangaan. Hoe kunnen Joden verantwoordelijk zijn voor dramatische veranderingen in het intellectuele landschap? Volgens Prof. MacDonald ligt de verklaring in de intelligentie, energie, toewijding en samenhang van Joden. Hij schrijft veel toe aan het gemiddelde IQ van Joden – met 115, een volledige standaardafwijking boven het gemiddelde van de blanke Gentiles – en aan “hun harde werk en toewijding, hun verlangen om een stempel op de wereld te drukken, en hun verlangen om in de wereld te stijgen, zich in te zetten voor persoonlijke promotie, en publieke waardering te bereiken…”. Hij gelooft ook dat Joden feilloos hebben samengewerkt aan alle kwesties die zij nodig achten om te overleven: “Intellectuele activiteit is als elke andere menselijke inspanning: Samenhangende groepen overtreffen individuele strategieën”. Hij merkt op dat er nooit een tijd is geweest waarin grote aantallen blanke Amerikanen voor niet-blanke immigratie waren; het was een samenhangende, vastberaden minderheid die het ongeorganiseerde verzet van de meerderheid versloeg.

Prof. MacDonald gelooft dat het vanwege de effectiviteit van sommige Joden niet eens nodig was dat de meeste Joden actief anti-majoritaire bewegingen ondersteunden, maar dat Joodse activiteiten nog steeds doorslaggevend waren. Zoals hij het stelt: “Joods gedomineerde intellectuele bewegingen waren een kritische factor (noodzakelijke voorwaarde) voor de triomf van intellectueel links in laat twintigste-eeuwse westerse samenlevingen”. Dat is natuurlijk nooit te toetsen, maar het lijdt geen twijfel dat Amerikaanse Joden een onevenredig effect op het Amerikaanse intellect hebben gehad. Prof. MacDonald citeert Walter Kerr, die in 1968 schreef, dat “wat er sinds de Tweede Wereldoorlog is gebeurd, is dat de Amerikaanse gevoeligheid een deel Joods is geworden, misschien net zo Joods als iets anders … De geletterde Amerikaanse geest is in zekere mate Joods geworden”.

Afgezien van de vraag of prof. MacDonald gelijk heeft, is de verdere vraag welk verschil het maakt als hij gelijk heeft. Als dit juist is, werpt zijn proefschrift zeker licht op de snelheid waarmee blanken hun wil verloren. Nog maar een paar decennia geleden waren blanken een zelfverzekerd ras, trots op hun prestaties, overtuigd van hun geschiktheid om de wereld te domineren. Vandaag zijn ze een afkeurend, verontschuldigend volk, beschaamd over hun geschiedenis en zelfs niet zeker van hun aanspraak op landen die ze al eeuwen bezitten. Het komt zelden voor dat fundamentele concepten in de loop van slechts een generatie of twee op hun kop worden gezet, zoals is gebeurd met het denken over ras. Zo’n snelheid suggereert dat er iets meer dan natuurlijke verandering is geweest.

Bron:

http://heretical.com/miscellx/culturec.html

Ik raad aan het boek te lezen, en niet de bespreking (maar die heb je nu al uit). Ik koos er voor om deze bespreking te vertalen, omdat die (niet hetzelfde maar) beter is dan ik zou kunnen.

Hier kun je het hele boek (544 pagina’s), ‘The Culture of Critique‘, van Prof. MacDonalds lezen:

Link 1

Link 2

Link 3

Drie links, omdat er wel eens eentje uit wilde liggen toen ik het las.

Interview met Prof. MacDonald over zijn boek:

Ik hecht er aan een citaat van Prof. MacDonald mee te geven uit het voorwoord:

Etcetera. Het moet inderdaad mogelijk zijn alles en iedereen kritisch te beschouwen, zonder voor racist uitgemaakt te worden als je het over Afrika en Afrikanen hebt, zonder voor islamofoob uitgemaakt te worden als je islam bekritiseert, en ook zonder voor antisemiet uitgemaakt te worden als je Joodse invloeden beschouwt. Als we zien wat het Cultureel Marxisme heeft aangericht, en dat de aanpassing van de immigratiewetten van de Verenigde Staten bijna volledig op het conto komt van Joodse pressiegroepen waardoor blanken binnen enkele decennia een minderheid zullen zijn in wat eens een Europees land was, dan moet dat beschouwd en bekritiseerd kunnen worden.

Opmerkingen:

(1 – ‘Gentile’ – heiden, ongelovige, niet-Jood. Ik heb steeds gekozen voor het Amerikaanse ‘Gentile’, omdat het Nederlandse ‘Gentiele’ geen officieel bestaand woord is.

(2 – Frankfurter Schule – Zie: De geboorte van het Cultureel Marxisme: hoe de “Frankfurter Schule” Amerika veranderde

(3 – Immigratie: Verenigde Staten – Groot-Brittanië

– Immigration and Nationality Act of 1965 – The 1965 Act marked a change from past U.S. policy which had discriminated against non-northern Europeans. In removing racial and national barriers the Act would significantly alter the demographic mix in the U.S. Jewish representative Emanuel Celler introduced the bill in the House of Representatives. (*)

The SS Empire Windrush: The Jewish Origins of Multicultural Britain

(4 – Reclamebureau’s die propageren dat blanke vrouwen zich aan zwarte mannen geven om zich mee voort te planten waardoor het blanke ras versneld uitgeroeid zal worden.

(5 – Marcus Garvey

(6 – In 1958 schrijft John F. Kennedy het boek ‘A Nation of Immigrants‘, waar de Joodse Anti-Defamation League hem voor betaalde, en pas daarna werd dat een populair begrip.

(7 – ‘de onvriendelijke behandeling (van Joden) door de samenlevingen waarin zij leefden’. Joden zijn vele malen landen en/of stadstaten uitgezet, 359 voorbeelden.

Update 23-7-2018:

Update 24-07-2018, zeer recente podcast interview met Mark Collet van 18-07-2018:

Doe mee met 937 andere volgers

De redactie van deze site modereert niet de reacties op voorhand, opdat u openlijk en direct met elkaar kunt discussiëren. U bent zelf verantwoordelijk voor wat u schrijft in het reactieveld. Het recht om de wet te overtreden, het oproepen tot moord, doodsverwensingen en dergelijke, is echter voorbehouden aan de redactie. Als we dan toch voor de rechter moeten verschijnen, staan we daar liever zelf dan dat we gedwongen worden uw e-mail-adres en IP-nummer af te geven onder bedreiging van overheidsgeweld. Dus houd je een beetje in of wees creatief.

About Fubar (8497 Articles)
Is van mening dat de Collaborateurs terechtgesteld moeten worden.

15 Comments on ‘The Culture of Critique’ besproken door Stanley Hornbeck

  1. Tijl Uylenspiegel // juli 16, 2018 om 14:27 //

    Tijl is geen intellectueel laat ik dat voorop stellen.
    Dan dus maar eens verder kijken wat anderen hierover te zeggen hebben.
    Kevin B. MacDonald is een professor in de psychologie; https://en.wikipedia.org/wiki/Kevin_B._MacDonald
    die meerdere boeken op zijn naam heeft; http://www.kevinmacdonald.net/
    Direct in de eerste alinea van zijn eerste boek begint hij met het uitleggen dat hij geen antisemiet is, dat mag op zijn minst bijzonder heten. Nog voordat er een beschuldiging geuit is jezelf verdedigen is opmerkelijk.
    Daaruit valt met enig gemak te concluderen dat hij er al van werd beschuldigt nog voordat hij een letter geschreven had.
    Dit is dan een vertaling van hetgeen Stanley Hornbeck ervan vond.
    Niet te verwarren met een professor met dezelfde naam maar een auteur van de site https://www.amren.com/about/
    Niet bepaald een site met wereldwijde bekendheid en zelfs mensen die het Engels niet helemaal machtig zijn zien daar toch een bedenkelijke site die ‘white supremacy’ hoog in het vaandel heeft, ‘ras-realisme’ noemen ze het zelf.Dat roept zelfs voor de leek associaties op met de KKK.
    Maar goed, terug naar Kevin want over hem ging het uiteindelijk toch.
    Een intellectueel dat wel maar dan wel eentje met een zeer bedenkelijke zienswijze die zijn vakgebied overstijgt. Eentje ook die zeer veel minstens zo intellectuele tegenstanders heeft.
    Nou maar hopen dat de lezers van dit artikel verder kijken naar hetgeen hier als ‘onweerlegbare waarheid’ naar voren wordt geschoven en zelf ook kritisch kunnen denken.
    Rest mij nog te vertellen dat aangezien ik wist dat er artikelen met deze strekking aan zaten te komen de aanleiding was om (uit eigen wil) op te stappen als auteur/redactielid van Fenixx.

    Liked by 1 persoon

  2. Scrutinizer // juli 17, 2018 om 02:55 //

    “Nog voordat er een beschuldiging geuit is jezelf verdedigen is opmerkelijk.”
    Opmerkelijk vooruitziend? De man zal levenservaring hebben en hebben ingeschat wat hem mogelijk -zijn inziens onterecht- verweten zou worden en hij anticipeerde erop. Als je weet hoe organisaties als de ADL elke kritiek op de staat Israel interpreteren als anti-semitisme en mensen die terecht misstanden aankaarten een proces aandoen, dan is het slechts verstandig van de auteur om zich preventief inte dekken tegen voorspelbare te verwachten valse beschuldigingen aan zijn adres.
    Het is wezenlijk niet anders dan een blogger die zijn woorden zorgvuldig wikt alvorens ze neer te pennen omdat ie vreest dat het hem anders in de problemen kan brengen.

    Like

  3. Scrutinizer // juli 17, 2018 om 02:57 //

    @mezelf
    @ Tijl
    Mijn voorgaande post was een reactie op die van hr. Uylenspiegel.

    Like

  4. Tijl Uylenspiegel // juli 17, 2018 om 11:41 //

    Anticiperen ? Ja zo zou je het kunnen noemen.
    Op mij komt het een beetje over als iemand die naar een politiebureau gaat om de dienstdoende agent te vertellen dat hij niet door rood licht is gereden….
    Let wel het gaat om de eerste alinea van zijn eerste boek.
    De reden dat ik eens verder ging kijken naar de personen waar het artikel over gaat is dat velen geïntimideerd zouden kunnen worden doordat de hoofdpersoon een professor is.
    Zijn vakgebied (psychologie) is echter niet waar zijn boeken over gaan.Met name na het lezen van het boek “Eco Nostra” van Peter Siebelt ben ik wat anders gaan kijken naar professoren en hoogleraren.
    In het boek worden meerderen van hen (aantoonbaar) beschuldigt van meer dan enge banden met milieuterroristen. Ondanks de ernstige beschuldigingen heeft geen van hen die ooit tegengesproken. Een titel is geen garantie dat iemand alleen keurige en integere intenties heeft.

    Like

  5. Lord of Hosts // juli 17, 2018 om 14:01 //

    Jodenhaat verspreiden blijkt een nogal lucratieve bezigheid te zijn.
    Na WWI en voorafgaande WWII waren de westerse overheden er ook niet vies van.

    Misschien heeft iemand zich al afgevraagd voor wie het bolsjewisme/communisme zo’n “gevaar” was. Voor het volk? Of voor de bourgeoisie die over de rug van de arbeider, het in hen ogen minderwaardige soort, zichzelf verrijkte? Bolsjewisme/Communisme was namelijk de tegenpool van het kapitalisme.

    En waarom moesten de westerse landen, Amerika en Groot-Brittannië voorop, het volk met die haat indoctrineren?
    Omdat het bolsjewisme/communisme het land en bedrijvigheid nationaliseerde en er dus geen buitenlandse bedrijven de winsten konden wegslepen?
    Onze Henry Deterding, Dhr Rothshild, en andere buitenlandse bedrijven/investeerders hadden het nakijken…
    Dus voor wie waren het bolsjewisme/communisme een luis in de pels?

    Doet eens gedegen onderzoek inplaats van achterhaalde doctrine te propageren…

    Liked by 1 persoon

  6. Daniel // juli 17, 2018 om 14:47 //

    Goed artikel en volkomen waar.

    Like

  7. Daniel // juli 17, 2018 om 15:09 //

    @Lord of Hosts // juli 17, 2018 om 14:01 //
    Met alle respect, maar uw argumentatie is flinterdun. En over welke achterhaalde doctrine heeft u het hier? Graag zie ik uw eigen gedegen onderzoek of verwijzingen naar betrouwbare bronnen tegemoet. Of moet ik de sneer in de laatste zin zien als een emotionele afsluiting van deze discussie? Zo komen we echt geen steek verder.

    Like

  8. Lord of Hosts // juli 17, 2018 om 16:01 //

    Ach Daniel, ik heb zeker terdege onderzoek gedaan. De waarheid vind je niet in de Landen die al 100 jaar onder de deken van anti-USSR/Rusland doctrine heeft geleefd. Er is zelfs geen documentaire of boek te vinden die een positief geluid geeft, want verboden. Dus voor de waarheid moet je verder zoeken. Apart niet? Over de soennitisch-Islamitische landen zijn de boeken en media heel wat gematigder. Maar zij (Islamitische landen) zijn politiek en economisch al 100 jaar geleden veroverd.
    Maar wat heeft het voor nut om aan u het jodendom/bolsjewisme te verdedigen?
    U bent soennitisch moslim, de jodenhaat is er met de paplepel ingegoten.

    Like

  9. Scrutinizer // juli 17, 2018 om 23:15 //

    @Lord of Hosts
    Alleen de vrije markt (niet te verwarren met corporatisme) is natuurlijk. Elk ingrijpen is ideologie waarbij de overheid haar geweldsmonopolie misbruikt t.b.v. deze of gene, bv. ten behoeve van de inproductieve om die tot te laten te parasiteren op kap van de werkbij. Dat heet dan communisme en is totaal verwerpelijk.
    Echt kapitalisme is het meest ethische systeem wat er bestaat. Helaas wordt het vaak verward met corporatisme dat het label kapitalisme kreeg opgeplakt. Corporatisme is een soort van “socialisme voor de rijken” en is daarmee net zo verwerpelijk als “socialisme voor de armen” dus als u (zij het onterecht) dát bedoeldt met “kapitalisme” dan zijn we het erover eens dat dit systeem niet deugt.
    Maar corporatisme kan slechts bestaan door een sterke overheid waarbij enkele partijen succesvol lobbyen. Als je de overheid herleidt tot een nachtwakerstaat en deze zich niet meer mag bemoeien met de economie (behalve met het toezien dat aangegane contracten gerespecteerd worden maar wel onder een systeem met contractvrijheid zonder dat de overheid zelf -na gelobby- minumum of maximumprijzen of tarieven of quota oplegt), dan kan haar geweldsmonopolie helemaal niet door lobbyisten misbruikt worden om de markt in hun voordeel te manipuleren middel regelgeving op maat gemaakt.
    M.a.w. caorporatisme is slechts mogelijk omdat de overheid niet constitutioneel beperkt is en “handen af van de economie” niet in marmer gebeiteld is.
    En of ze nou zwichten voor bedrijven of juist voor vakbonden, het ingrepen is sowieso immoreel én loopt ook sowieso slecht af. De marktverstoring zal altijd ongewenste neveneffecten hebben en juist de rigiditeit ervan leidt dan tot bubbles of andere op termijn onhoudbare toestanden die zo uit de hand lopen dat waneer ze dan eindelijk toch instorten vele male meer schade aanrichten dan wanneer de (initieel mogelijk goed bedoelde) rigide marktverstoring nooit had plaatsgevonden. Misbruik van het geweldsmonopolie kan de ene groep tijdelijk voordeel opleveren (ten koste van een die minder succesvol wist te lobbyen) maar op termijn zal het zich altijd tegen hen keren en tegen de economie als geheel.

    Like

  10. Scrutinizer // juli 17, 2018 om 23:15
    Echt kapitalisme is het meest ethische systeem wat er bestaat.
    ————

    Want het leidt niet tot bloeddiamanten en coltanmijnen, en het leidt ook niet tot multinationale ondernemingen die veel meer macht hebben dan regeringen van natiestaten. (maar daar was je geloof ik ook op tegen).

    Het leidt ook niet tot monopolies, zo dat bijvoorbeeld heel NL alleen kan kiezen uit Ziggo of Ziggo.

    Want het is niet inherent aan een machtig bedrijf ‘to bend the rules’, or buy the government. They will never do that coz they are ethical, want het zijn kapitalisten tenslotte.

    Ietwat verwarrend wel dat je nu ‘kapitalisme’ gebruikt waar je voorheen Libertarisme pleegde te gebruiken.

    Kun je me een land noemen waar Libertarisme succesvol gewerkt heeft trouwens ?

    Ik vind het wel fijn om niet in het diepe te springen en niet zomaar op de bonnefooi wat te gokken met ,mijn hele land en alle mensen die daar wonen (al werkt jouw ideaal alleen als alle andere landen tegelijkertijd ook mee doen, en dan is het nog maar de vraag).

    (wel jammer dat er nog niet een inhoudelijk argument op het stuk de revue gepasseerd is)

    Like

  11. Tijl Uylenspiegel // juli 18, 2018 om 11:01 //

    “MacDonald, die psycholoog is aan de Universiteit van Californië aan Long Beach, legt dit perspectief in het eerste deel uit, waarin wordt beschreven dat Joden een zeer krachtig gevoel van uniciteit hebben, waardoor ze sociaal en genetisch gescheiden zijn gebleven van andere volkeren.”
    Mensen die een geloof als overeenkomst hebben zullen altijd meer met elkaar dan met anderen optrekken, ze ontmoeten elkaar in de kerk, synagoge of moskee. Geloofsgemeenschappen organiseren ook buiten hun kerk of synagoge activiteiten voor hun gelovigen.Of dat een zeker gevoel van uniciteit geeft dat zou kunnen. Verbondenheid dat zeker. Dat joden genetisch gescheiden blijven is minder gek dan op het eerste gezicht lijkt, de kinderen van een joodse vader en een niet-joodse moeder zijn geen jood alleen kinderen van een joodse moeder zijn joods. Het is dan ook discutabel of joden een ras zijn in de letterlijke betekenis.

    Like

  12. Tijl Uylenspiegel // juli 18, 2018 om 11:25 //

    Earl Raab; “We zijn voorbij het punt waarop een nazi-Arische partij in dit land de overhand zal kunnen krijgen.”
    MacDonald; “Hij is blijkbaar bereid de mensen en de cultuur van de grondleggers van dit land te verdrijven om de theoretische opkomst van een anti-Joods regime te voorkomen. Prof. Raab lijkt blanken vooral te zien als potentiële nazi’s en is bereid om hun cultuur en nationale continuïteit op te offeren om een verbeelde bedreiging voor Joden af te wenden. Deze passage gaat uit van het voortbestaan van Joden als een aparte gemeenschap, zelfs als de niet-Joodse blanken in aantallen en invloed achteruitgaan.”
    De vaststelling van Raab is gewoon een feit, eentje die overigens geen garantie is voor het afwezig blijven van antisemitisme.
    De uitleg van zijn woorden door MacDonalds zijn geheel aan zijn brein ontschoten, het is niet aan joden om welke cultuur of nationale continuïteit dan ook op te offeren. Dat kunnen ze alleen zelf. En ja antisemitisme stopt met bestaan als er geen joden meer zijn dat lijkt nogal voor de hand liggend.

    Like

  13. Wellicht ten overvloede, maar vanzelfsprekend heb ik het boek gelezen voor ik aan de vertaling begon van de bespreking er van.

    Like

  14. Jean Kraft // augustus 18, 2018 om 05:59 //

    Om antisemitisme te begrijpen is het verstandig om de Joodse mindset te ontrafelen, voor zover als zoiets mogelijk is. Antisemitisme is een antagonisme opgeroepen door de Joden zelf. Zou het anders zijn, leven we in een ontologisch krankzinnige werkelijkheid. Wie goed doet, goed ontmoet, ofwel karma,laat dit concept nu juist zo wezensvreemd zijn aan de joodse mindset,waarbij alles en iedereen schuld heeft behalve het Joodse volk zelf. Kortom: het ontbreken van zelfreflectie. Als men wakker wordt, heeft men het Jood-zijn afgelegd.

    Liked by 2 people

  15. Like

1 Trackback / Pingback

  1. Immigratie in Zweden. | Blog van Toon Kasdorp

Reageer ook

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s