De dagen vóór Nedaria (Deel 1)

Door Bedonderde burger

Beste geloofsgenoten ik wend mij vanavond tot u met de volgende vraag, willen wij in Nedaria meer of minder van de oude bewoners behouden. U kunt allen via tvnet.org hierover uw stem uitbrengen. De kracht van het geloof zij met u!’ Met die woorden startte op een decemberavond in het jaar 2030 via nationale internet tv de campagne die de grote opruiming zou gaan betekenen. De net geïnstalleerde premier Ahmed Abbar had zich met deze vraag gewend tot de stemgerechtigde bevolkingslaag van het land. Het antwoord was binnen enkele uren al overduidelijk.
De pakweg dertig procent mannelijke gelovigen van de bevolking die enkel gerechtigd was te stemmen had massaal en vrijwel unaniem gesteld dat de oude bevolking, die tot dan toe nog had mogen blijven omdat zij handige werkers waren, best met een kwart of zelfs de helft kon worden teruggebracht. Dit zou de economie van het land ten goede komen. Het onderbrengen van werkers, het bewaken van hen en hen te eten geven kostte de staat meer dan men had beraamd. Inmiddels waren al lange tijd daarvoor de speciale programma’s om gemanipuleerde kinderen te baren gestopt. Dit was jaren daarvoor al tot een eind gekomen toen het niet meer nodig was om fabels te vertellen. Het leeuwendeel van hen die nu de oorspronkelijken heten waren er met open ogen ingetuind. Ze hadden in eerste instantie zelfs enthousiast meegeholpen om de toen nieuwkomers bij te staan. De grote Messias die in 2008 tot wereldleider was gekozen en vanuit de Torens van Wetten de volkeren leiding gaf was voorbeeld voor allen geweest. Zonder aan hem te twijfelen beluisterden zij zijn vele preken. Iedereen was het erover eens. Deze man zou de wereld gaan redden van ellende en strijd die tot dan toe de wereld had geteisterd.

Sommige slechte mensen trachtten de Messias in een kwaad daglicht te zetten maar dat had niet lang geduurd. Er moest een nieuw mensenras komen, preekte de Messias, een ras waardoor welvaart en vrede voor eens en altijd wereldwijd tot stand zouden komen, nooit opnieuw zou strijd of oorlog heersen. Er waren te veel rassen, ze moesten gemixt worden. Vol overgave stortte men zich massaal op de uitwerking van zijn idealen. Vreemdelingen uit verre landen werden gerekruteerd om hierbij te helpen. Vooral jonge mannen waren welkom. Zij moesten het nieuwe ras gaan verwekken bij de vrouwen die door de Messias werden aangewezen als de moeders van een nieuwe tijd. Veel vrouwen hadden zich toen nog vereerd gevoeld dat zij de Messiaanse plannen tot uitvoering zouden brengen. Duizenden en duizenden mannen kwamen met bootjes, op motoren, in oude auto’s die op instorten stonden en zelfs lopend naar het land van de bleekmensen waar de grote omschakeling zou gaan plaatsvinden, na vele betoverde foto’s te hebben gezien van vrouwen die in het nieuwe land vol begeerte op hen wachten. Tienduizenden mannen arriveerden, week in en week uit, maanden en maanden achter elkaar. Ze lieten alles achter om deel te zijn aan de start van een nieuwe wereld. De Messias ging van land tot land om met zijn vele preken nog meer jonge mannen bewust te maken van hun plicht en verantwoording om mee te helpen de nieuwe mens te scheppen.

Via zijn helpers vervloekte hij al diegenen die hem belasterden, die hem de valse profeet noemden, die alles in het werk probeerden te stellen om hem en zijn werk onderuit te halen.
‘Wee hen, kom uw verheven leider te hulp en zorg dat verdorven krachten hem niet langer besmeuren’, hadden zijn helpers geroepen.
‘Laten de slechten tussen de goeden worden verwijderd en doe het nu’.

Miljoenen goeden gingen wereldwijd na deze woorden de straat op om jacht te maken op hen die tegen de Messias bleven ageren. Zoals een eeuw daarvoor een kristalnacht had plaatsgevonden werd toen in lantaarnpaalnacht massaal afgerekend met hen die niet naar het goede wensten te luisteren. Zij die zich tegen de wetten en woorden van de grote Messias bleven verzetten en hem belasterden. Zij die niet wilde inzien dat de Messias het licht in de wereld was. Zij die zo slecht waren dat ze dit niet eens meer konden erkennen. Kampen om hen te heropvoeden waren nutteloos.

In het vroege ochtendlicht was het aanzicht weerzinwekkend. Overal waar je keek, overal waar je ook maar liep, hingen tegenstanders van de Messias in de wind aan lantaarnpalen te bungelen. Velen van hen met via messen op hun borst vastgeprikte papieren met dreigende boodschappen erop. De goeden waren dronken van euforie. Feesten ontstonden spontaan rond de lantaarns met er aan hangende slechten. Het was het feest van de overwinning op alles dat slecht was, zo had de prediker het ook gezegd dat het zou zijn. En zo was het.

Nog geen maand later stuurde de prediker zijn speciale troepen de steden, dorpen, buurten en wijken in om helpers van oorspronkelijke afkomst bijeen te jagen en hen af te voeren naar kampen.

Het programma om een multicultureel kind tegen oorlog en strijd te baren werd meteen gestopt. Enkel voor de fok werden clubjes vrouwen geselecteerd om door mannen van oorspronkelijke afkomst te worden bevrucht om sterke jongens en mooie meisjes te baren. Deze werden meteen na geboorte naar speciale kampen gebracht om vanaf pakweg hun kleuterjaren, als jongen te worden ingezet om zwaar en vies werk te doen tot de dag dat ze waren opgebruikt, en als meisje, maar ook soms jongens, om de seksuele behoefte van met name mannelijke gelovigen te bevredigen om hierna, als ze oud, lelijk en opgebruikt waren te worden geruimd. Maar de laatste jaren was men iets humaner en soepeler geweest in het ruimprogramma en waren velen van de eigenlijk te ruimen oorspronkelijken zo in leven gebleven.

Hele gettowijken vol tentjes en gammele hutjes waren ontstaan. Vele duizenden nutteloze oorspronkelijken hingen rond op straten en pleinen. Het waren er inmiddels veel te veel. Gelovigen begonnen aanstoot te nemen aan de oorspronkelijken die soms zelfs brutaal konden worden. Veel van hen wisten zich in leven te houden als huisslaaf van minder goed gesitueerde gelovigen of dienden op andersoortige wijze gelovigen op manieren waar niemand over sprak maar iedereen wist dat dit bestond. Ook dat was een reden die decemberavond voor de premier om zich tot gelovigen te wenden. De laatste tijd lagen teveel verminkte lijken van oorspronkelijken op straat, nadat sommige gelovigen hun sadomasochistisch genot op hen hadden uitgeleefd. De lijken konden akelige ziektes veroorzaken als dit zo doorging, stelde de premier, en hij had dan ook voorgesteld dat sadisme op zich goed was maar dat dit in het vervolg enkel op plekken waar opruimdiensten aanwezig waren mocht plaatsvinden. Vervolgens had hij de vraag gesteld of men meer of minder oorspronkelijken wensten.

Een paar dagen later had de premier zich opnieuw tot het kiezend geloofsvolk gewend om hen te danken en aan te geven dat de door hen gegeven raad inmiddels al in concrete vormen werd uitgewerkt.

‘Mijn raad heeft mijn en uw wens ontvangen tot het opzetten van programma’s om met spoed minder oorspronkelijken te behouden en heeft voor de uitvoering van plannen hier al enkele tot nader order te vertrouwen leden van de oorspronkelijken opdracht gegeven een commissie van oorspronkelijken te vormen, die een schifting moet maken en lijsten met namen verstrekken van oorspronkelijken die als eerst op transport kunnen worden gesteld richting zoutmijnen in Syriatia waar onze geloofsbroeders een schrijnend tekort hebben aan werkers die opofferbaar zijn en waarvan wij er hier teveel hebben. De eerste lijsten met namen verwacht mijn raad binnen enkele dagen waarna onmiddellijk met de transporten kan worden begonnen. De kracht van het geloof zij met u!’

En zo gebeurde.

Als schapen voor de slacht lieten oorspronkelijken wiens namen op de lijsten waren gezet zich opbrengen om afgevoerd te worden naar het oude stadion aan de rand van de hoofdstad Adamia.

Daar leerde ik hem kennen, de oude schoonmaker die als een van de weinigen de lantaarnpaalnacht had weten te overleven. Van hem hoorde ik hoe anders het land er ooit had uitgezien.

Hoe de oorspronkelijken de baas in het land waren geweest, dat er vroeger muziek was gemaakt, er gedanst werd in die tijd, ook al begreep ik op dat moment nog niet wat dit inhield, dat er ander soort vermaak was geweest dan het in openbaar stenigen van overspelige vrouwen en het vierendelen van homo mannen. Dat er spelen waren geweest waarin teams met elkaar streden via een bal wie het beste team was. Dit alles was zo anders dan het wat lukraak rondschoppen van afgehakte hoofden van tegenstanders van de grote Messias of opstandelingen die hem hadden beledigd.
‘Waarom wist jij dat de Messias niet deugde’, was geloof ik een van de eerste vragen die ik de oude man stelde toen hij mij een sigaret aanbood om mijn pijn wat onder controle te krijgen.

Ik had een paar uur daarvoor niet geweten wat er boven mijn hoofd hing, was opgewacht toen ik bij mijn tent kwam. Vier stevige politiemannen namen me mee naar de wagen die iets verderop met ronkende motor klaarstond.
‘Waarom mij?
Wat heb ik misdaan?’
‘Zeik niet vent, meekomen en hou je bek!’
Dit antwoord had ik niet verwacht en ik wilde me losrukken. Voor ik wist wat er gebeurde werd ik met mijn gezicht vol tegen te wagen aan geslagen. Mijn neus bloedde en ik gilde van de pijn. Zonder verder nog aandacht aan me te besteden werd ik op de achterbank van de auto gedonderd als een zak vuile was. De vier kerels stapten in, een kwartier later werd ik de auto uit gesleurd en het stadion binnengebracht. Daar zat ik dan. Nog altijd wist ik niet wat ik had gedaan. Niets voor zover ik wist. Was het een persoonsverwisseling? Moesten ze een ander hebben die op mij leek? Mijn neus deed vreselijk veel pijn. Ik bloedde nog steeds. Mijn vuile zakdoek was doordrenkt van het bloed. Plotseling stond daar een oude man tegenover me die me een sigaret aanbood. Ik twijfelde. Wat zou hij doen als ik de sigaret wenste te accepteren? Mijn vingers breken?
Ik was die vier andere kerels nog niet vergeten ook al waren zij meteen na mij hier te hebben gedropt weggegaan.
‘Neem nou maar jongen, dat zal je goed doen, of rook je niet?’
‘Niet meer’, antwoordde ik en nam ondertussen toch de sigaret aan.
Voorzichtig stak ik hem tussen mijn lippen, de man gaf me vuur. Het was jaren geleden dat ik voor het laatst had gerookt. Ik kreeg meteen een hoestbui maar nam snel hierna een nieuwe trek.
‘Gaat het’, vroeg de man.
Ik keek hem aan en knikte als antwoord.
‘Waarom ben ik hier? Wat heb ik gedaan?’
De vragen klonken mij zelf stupide in mijn oren. Ook hij zou mij vast geen antwoord gaan geven, dacht ik meteen.
De man keek me lange tijd zwijgend aan.
‘Je bent in het stadion en je gaat op transport….’
Na een korte stilte vervolgde hij: ‘Je hebt niks gedaan…’
Ik snapte niet wat de oude man mij zei.
Transport? Wat voor transport?
Voor ik het kon vragen gaf hij al antwoord.
‘Ik lees de vraag op je gezicht, heb je dan niets meegekregen over wat de premier kortgeleden heeft gesteld…’
Ik keek hem verbaasd aan.
‘De premier… Uh nee, hoezo?’
De man schudde zijn hoofd. Keek me nog eens diep in de ogen aan voor hij opnieuw sprak.
‘Je bent een van de eerste die op transport worden gesteld naar de zoutmijnen…. De nieuwen vinden dat er teveel oorspronkelijken zijn en daarover had de premier hen om een uitspraak gevraagd…’
Hij stopte even.
Ik keek hem vragend aan.
‘Er zijn al meer mensen hier gebracht voor dat eerste transport…’
‘Ja maar dat kan toch niet zomaar’, wierp ik onnozel tegen.
Weer duurde het even voor de man iets zei.
‘Ja, jongen, dat is wat ik met je eens ben maar er valt niets meer tegen te doen. Pakweg twintig jaar geleden hadden we dit nog kunnen vermijden…’
Weer stopte hij alsof hij verwachtte dat ik begreep waar hij het over had.
‘Hoezo’, vroeg ik, ‘wat vermijden?’
‘Dit’, antwoordde hij kortaf en maakte een in het rond wijzend gebaar met zijn hand.
‘Ik weet nog goed hoe alles begon….’
Weer stopte hij en weer keek ik hem enkel vragend aan.
Waar heeft die vent het toch over dacht ik. Wie is deze kerel?
‘Ik was toen net zo, zoals ik nu jou zie….
Ik wist van niets, was gewoon met mijn leventje bezig…
Tot ik ging nadenken. Iedere dag weer die boten…’
‘Ja?’
Mijn stem klonk geïrriteerd. dat was ik ook. Waarom zei hij niet gewoon wat hij wilde zeggen, waarom stopte hij iedere keer.
‘Weet je dat ook niet meer?’
Ik schudde mijn hoofd als antwoord.
‘Ik heb het over hoe alles begon, jaren geleden, al die vluchtelingen, iedere dag weer, duizenden en duizenden. Ik weet dat ik het zag op tv en dacht ‘dit kan niet goed gaan’…Het ging maar door zonder stop.
Niemand deed iets. Domme politici stonden erbij, keken ernaar en vertelden ‘dat is niet ons probleem, maar dat van Italië vanwege het akkoord van Dublin. Het land waar de vluchteling binnenkomt moet de asielaanvraag in behandeling nemen, Dus…. En daarna kwam ook nog de oproep van de Messias.’
De man schudde zijn hoofd alsof hij alles opnieuw beleefde.
‘Zoveel domheid dacht ik toen al….En dat was het. Maar niemand mocht hier iets over zeggen. Dan was je meteen niet goed, dan was je meteen een nazi, een fascist, een racist, een domme ongeletterde oude zeur, een onfatsoenlijk mens, een bange witte zanikpit…. Tja, en kijk nu….’

Nu begon het mij te dagen. Ik stond tegenover een van die fascisten die indertijd stampei trapten vanwege zielige mensen die voor de oorlog op de vlucht waren. Een van die schoften die vond dat die mensen geen recht hadden om hier te zijn. Ik wist nog goed hoe er met hen was afgerekend tijdens lantaarnpaalnacht. Maar hier stond er nog een. Ik voelde een afkeer van deze man. Ik herinnerde me goed wat de Messias via zijn woordvoerders over deze figuren had gezegd. Ze moesten in het belang van de totale mensheid bestreden worden. Ik voelde gewoon mijn bloed gaan koken. De oude man zag duidelijk de walging en boosheid bij mij en deed twee stappen naar achteren.
‘Jezus, jongen, jij denkt nog steeds zo, nietwaar? Je bent nog altijd in de ban van die valse profeet. Hij zit achter wat jou nu overkomt, snap je dat nog steeds niet….’
Mijn handen jeukten. Het is dat het een oude man was en dat hij buiten mijn bereik stond, maar anders…
‘Dat is wat jullie Nazi’s keer op keer beweerden’, brulde ik hem toe.
‘Maar het enige waar het jullie om ging was niet willen delen met mensen die het minder hadden. Hebzuchtige hufters, dat is wat jullie waren…. Hoe heb jij trouwens lantaarnpaalnacht weten te overleven, fucking lul?’
‘Oh’, brulde de man terug, ‘was jij een van die klootzakken, een van die vuile moordenaars!’
‘Nee, daar heb ik niet aan meegedaan… Maar ik begreep die anderen wel’, antwoordde ik op een wat rustiger toon. Mijn kwaadheid was wat verdwenen.
‘Je bent nog steeds in de ban van die prediker’, schamperde de man en snoof minachtend.
‘Die smeerlap is de oorzaak van alles, mijn ongeluk, jouw transport straks, en met jou in de toekomst heel wat van jouw maten, al die narren die de kar liepen te trekken voor de gasten die nu de baas zijn. Jouw premier is een van hen en heeft opdracht tot transport gegeven. Ben je nu nog niet wakker? Snap je nu nog niet dat je bedrogen bent….’
Ik keek hem aan, het klonk logisch wat hij zei.
‘Mensen als ik waren niet de vijand, dat waren jouw eigen politici, heb je dat nu nog steeds niet door….Wie hadden baat bij dit alles? Jij?’
Weer snoof de man minachtend. Nu was hij duidelijk heel kwaad. Met een grote stap stond hij bijna recht tegenover mij.
‘Wie is hier de fucking lul? IK? Nee drol, JIJ!’
Ik zei niets, wendde mijn blik af en keek naar de grond.
‘Ja held, daar sta je dan’, toeterde de man bijna direct in mijn oor.
‘Ik ben een nazi, zeg jij….’
‘Nou ja’, probeerde ik mijn woorden te verzachten.
‘Nee, nee’, viel de man me in de rede.
‘Zal ik je vertellen wat nazi’s zijn…’
Ik baalde, wilde geen preek maar had weinig keus.
‘Een politiecommissaris met de juiste politieke kleur, wat ook de reden was dat hij zo hoog kon komen als koddebeier die als agent vast niet veel voorstelde… Zo een man stelde doodeenvoudig in een tv programma van de omroep met de juist politieke kleur dat een politicus die een andere mening had dan meneer gemold moest worden… Dat jongen is de houding van nazi’s…’
Ik zie niets, wist wel waar hij het over had.
‘Een zijn kiezers, een kleine miljoen moesten wat deze politieman betrof, omdat ze niet wilde erkennen dat zijn correcte partij een voor iedereen prachtige samenleving aan het opbouwen was gewoon ‘het land worden uitgedonderd…. Iets waar die in zijn ogen niet correcte politicus, als die dit over welke bevolkingsgroep dan ook had gesteld onmiddellijk voor de rechter gedaagd was geworden, maar hij, die correcte commissaris van politie mocht alles zeggen wat hij wilde…
Waarom? Simpel omdat hij lid is van de correcte politieke sociaal democraten, zij zijn de echte nazi’s vriend… Zij die dit soort ideeën verkondigen, die dit soort gedachtegoed aanhangen….’

Ik zweeg, had geen verweer, de man had gelijk. Het met twee maten meten was iets dat ook ik altijd verwerpelijk had gevonden. En dat veel vaak ook goed betaalde maatschappelijke functies bij voorbaat verdeeld werden onder leden van met name de socialisten, had mij ook altijd verkeerd en corrupt geleken. Met deze salonsocialisten had ik nooit iets opgehad.
‘En jouw partij vriend, zit daar vol mee, oplichters die niets hebben met dat socialisme, al die rupjes nooitgenoeg, die heerlijk rustig in hun mooie, prachtige, landelijke villa’s ver buiten de getto’s van de stad wonen, die grotendeels via gemeenschapsgeld worden betaald…’
Opnieuw snoof de man luid en vol minachting. Hij was duidelijk geagiteerd.
Ik wilde hem antwoorden maar kreeg de gelegenheid niet.
‘Die lui vriendje, dat zijn de echte nazi’s, die hebzuchtige monsters die niets anders doen dan jullie domme socialisten opjutten en gebruiken om zich ondertussen rijk te stelen…. Bravo jongen, voor dat soort lui, die ordinaire middeleeuwse roofridders hebben jullie mensen die opkwamen voor hun rechten en ook jouw rechten, eikel, in elkaar geslagen en als een op hol geslagen kudde idioten in koele bloede vermoord, en masse opgeknoopt, zonder enig mededogen….
Dus eigenlijk is precies dat gedaan wat die politieman wenste. Maar hij niet, nee hij kan zijn handen in onschuld wassen, hij heeft niets gedaan… Ook de presentator van dat praatprogramma niet, die dweil die niet echt iets tegenwierp en ook de man die later de leider van de correctie politieke bende werd, ook die zat erbij en zei niet hoe verwerpelijk de opmerking van deze ‘politieman’ was. Hij grijnsde enkel wat schaapachtig, wat zo een beetje zijn handelsmerk was, die domme grimas. Hij grijnsde terwijl ondertussen die politie lapzwans met zijn woorden mensen tot geweld aanzette, als een dictatoriale ophitser….’
Eindelijk zweeg de man voor een moment.
‘Je hebt gelijk’, zei ik, ‘dat had niet moeten gebeuren……’
‘Niet moeten gebeuren’, onderbrak hij mij met een stem die trilde van de ingehouden woede.
‘Niet moeten gebeuren, niet moeten….Hij, die schooier, schoft, die boef in uniform is een van de hoofddaders van wat later plaatsvond…
Ook al zal hij zich wel op het gemeentehuis hebben schuilgehouden toen de meutes met bloeddoorlopen ogen door de straten renden…Precies net als andere kleine boeven… Eerst de meute opjutten op straat en dan gauw het stadhuis in om achter de ramen toe te kijken of en hoe hun woorden hadden gewerkt….Tuig, dat is het, dat zogenaamde linkse schorem… Ze zijn ook niet links…. Het is tuig dat alles voor niets wil hebben, zoals vroeger in kraakpanden… Anderen betaalden huur of hypotheek, nee niet zij, zij waren de luxepaarden, zij hoefden niet te betalen, zij hadden recht op alles, gratis en voor niets… Maar een ander moest het niet in z’n kop halen om te vinden dat die dan ook diezelfde rechten had en het door hen gekraakte terrein van hen wilde afnemen, dan was het oorlog… Dan moesten de neonazi’s, de fascisten, de racisten worden bestreden…
Ja,ja, lekkere jongens, die zogenaamde linksen!…. Er is niets links aan ze… Oplichters, hebzuchtig tuig, materialistische zwijnen…. En daar jongen heb jij en meer mensen zoals jij je voor lopen druk maken, je bent belazerd, je betekent niets voor hen, bent wisselgeld voor hun hebzucht, begrijp je….’
‘Vast niet’, voegde hij zelf direct als antwoord er aan toe.
Ik was blij dat hij even zweeg. Af en toe was ik bang geweest voor hem. Hij was zo in zijn verhaal opgegaan en had soms zo wild met zijn armen staan zwaaien dat ik instinctief een paar passen naar achter was gegaan om niet door hem te worden geraakt. Het bloeden van mijn neus was inmiddels gestopt en ik wilde niet nog een klap erop waardoor het weer zou beginnen.
De man stak een nieuwe sigaret op en bood mij er ook een aan.
‘Nee, dank je’, beantwoordde ik zijn gebaar.
‘Ik wil niet weer met roken beginnen, maar bedankt…’
‘Wat je wil’, was zijn korte antwoord.

Eindelijk uiterlijk tot rust gekomen inhaleerde hij de rook. Ik was blij hiermee. Ik had tot nu toe niet geweten wat ik met een vulkaan als hem aanmoest. Ik keek ondertussen voor de eerste keer echt in het rond om te zien waar ik was. Het was een kale ruimte. Enkel een paar oude vermolmt lijkende keukenstoelen. Het type dat ik mij kon herinneren dat mijn grootouders heel lang geleden hadden gehad. Het verbaasde me dat dit soort stoelen nog bestonden. Verder een paar stalen archiefkasten waar bij een de lades er half uitlagen. Er zat niets in de lades. De kasten waren duidelijk al een lange tijd niet meer in gebruik. Door het plotseling weer gaan spreken van de man draaide ik me weer naar hem.
‘Waarom je hier bent? Dat vroeg je toch, nietwaar?
Simpel jongen, de nieuwen vinden dat er teveel van ons zijn, we moeten weg. Verdwijnen. Maar niet zoals eens, niet zoals in die nacht, we zijn te gebruiken, maar niet hier, hier hebben ze er van ons soort genoeg. In de mijnen in het Midden Oosten en verder, daar ga jij heen. Daar gaan alle mensen heen die hier worden verzameld. Er zijn er al een paar honderd. Jij werd enkel even apart gehouden vanwege je neus….
Het is exact hetzelfde als bijna honderd jaar geleden. Toen werden door de Joodsche Raad lijsten met namen opgesteld. Namen van mensen die wat hun beroep betrof vervangbaar waren, dat gebeurt nu weer. Nu is er een Landsraad opgericht met ironisch genoeg bijna dezelfde soort mensen als toen in die andere Raad… Ook nu denken die dat zij gespaard worden….
Maar op zich hadden ze ook wel een beetje gelijk, achteraf gezien. Zij gingen op transport toen de oorlog op het eind liep en hadden een betere kans om te overleven. Tja, de elite zorgt altijd goed voor de elite, niet voor jou hoor jongen, jij bent voor hen opofferbaar, jij bent kanonnenvlees zoals ze dat noemen….’
Nu begon mij pas iets te dagen. Ik had vaag iets hierover vernomen in het tentenkamp dat op de rand van de stad opgericht was. Ik had mensen rondom me horen praten over ‘afvoeren’. Ik had er toen geen aandacht aan besteed, je hoorde zo vaak rare verhalen.
Zorg dat je niet zichtbaar bent, hadden mensen gezegd en sommigen waren opeens ook vertrokken. Niemand wist waarheen. Ze duiken onder, zei een goede vriend mij en had daarom moeten lachen.
‘Echt Karel, geloof me dat is nergens voor nodig. Premier Abbar is een goeie man die zich ook voor onze belangen hard maakt. Geloof me, er kan ons niets gebeuren.’
Nu ook kon ik mij herinneren dat hij had gesproken over een Raad
waar hij als ooit universitair hoofddocent voor was gevraagd. Was dat die Raad waar deze man over sprak? Had Joost mij bedonderd?
Ik had mij gerustgesteld gevoeld met zijn woorden en was gewoon daar met mijn tentje blijven staan. Ik zocht werk en wist dat te gaan vinden. Dan zou ik ergens in een huis voor oorspronkelijken opvang een bed en kastje kunnen huren om niet nog langer in weer en wind buiten te blijven bivakkeren.
‘Je moet gaan’, hadden soms anderen gezegd.
‘Ja hoor, dat is goed, gaan jullie maar, het is niet nodig, geloof me, dat weet ik…’
Sommigen hadden hem vreemd aangekeken. Alsof ze medelijden met hem hadden. Dat was het ook geweest, begreep ik nu, te laat. Ik zat nu in de val, dankzij Joost, die rotzak.
‘Weet je’, verstoorde de man mijn gedachten. Ik keek hem aan, was nieuwsgierig wat hij nu weer zou zeggen.
‘Ik was een gewoon mannetje, zoals zo velen. Was met mijn leventje bezig tot ik iedere dag die invasieboten zag komen. De journalistiek maakte mij niet wijzer. Mijn krant werd gevuld door veelal mislukte schrijvers die bij schnabbelden en columnisten, die vaak niets te zeggen hadden….. En de tv was helemaal een ramp. Het journaal liet je iets zien, waarover je meer wilde weten maar dat meer kwam niet. Zodoende ging op het net kijken. Ik dacht onnozel als ik was dat ik een van de weinigen was die zich ongerust maakten. Ik leerde snel dat dit niet zo was…. Er waren meer mensen die dachten zoals ik. Ik las een soort gedicht en kon me daar meteen in vinden. Ik heb het opgeschreven, moet het ergens hebben liggen…’
Na die woorden draaide de man zich van mij af, liep snel de kamer waarin wij zaten uit en ik hoorde hem ergens rommelen. Ik besloot hem te volgen, misschien zou ik weg kunnen zonder dat men iets in de gaten had. Ik dacht dat hij mij bewaakte maar vermoedde nu dat dit niet het geval was. Net op het moment dat ook ik de kamer uit wilde gaan kwam de man terug en liep langs mij heen naar binnen. De deur liet hij openstaan. Ik was in tweestrijd, zou ik verder naar hem luisteren of weglopen en kijken of ik kon ontsnappen.
‘Ik heb het gevonden’, hoorde ik hem achter mij tegen mij zeggen. Ik draaide me om en wachtte af. In plaats van wat ik verwachtte stopte hij mij een groezelig papiertje in mijn handen waar met grote hanenpoten iets op stond geschreven. Ik zette mijn bril op mij zere neus en las langzaam wat er stond.

Bedonderde burger

(Morgen deel 2)

Klik op het plaatje om je anti-islam sticker te bestellen

sticker

Doe mee met 4.610 andere volgers

About rommel (868 Articles)
Only dead fish go with the flow

18 Comments on De dagen vóór Nedaria (Deel 1)

  1. Prachtig verhaal. Wat ook ooit wel eens werkelijkheid kan gaan worden.

    Like

  2. @Bedonderde burger
    Complimenten voor je schrijfkunst. Het zou een leerzame kleine roman kunnen zijn.
    Ik kijk nu al uit naar deel 2.
    Misschien kan ik het per e-mail sturen naar een paar linksen die nog steeds vonden dat bijvoorbeeld Clinton had moeten winnen.
    Ik weet nog niet hoe ik het in ga kleden, want het rechtstreeks aankondigen dat zoiets de toekomst is door toedoen van linkse rakkers zullen linkse rakkers natuurlijk niet slikken waardoor ze het verhaal niet zouden lezen.

    Zou het mogelijk zijn dit mini-romannetje uit te geven als science fiction roman, of het zelfde soort als George Orwell’s 1984 ?

    Like

  3. Freduardo // november 22, 2016 om 23:57 //

    1984.
    Brave new world.
    Lees die boeken en je weet onze toekomst.
    Deels.

    Like

  4. Republikein // november 23, 2016 om 00:43 //

    Gewedig, heb genoten en een beetje meegevloekt, zat er in, in die nachtmerrie, brrrrr!
    Oh jee, dat is tegenstrijdig, enfin, deel 2 graag.

    Like

  5. Esperanza // november 23, 2016 om 00:52 //

    Sorry, na vijf minuten afgehaakt, onnodige herhaling van zetten, langdradig en niet verrassend. Tekst met een kwart van het aantal leestekens doet het wellicht beter.

    Like

  6. Ook sorry maar ik moet Esperanza hier gelijk geven.

    Liked by 1 persoon

  7. Esperanza // november 23, 2016 om 00:56 //

    Ik geef ’t toe, een vergelijking met Orwell of Houellebecq is ook niet helemaal eerlijk.😉

    http://www.knack.be/nieuws/boeken/nieuwe-roman-michel-houellebecq-laat-islam-in-frankrijk-zegevieren/article-normal-519445.html

    Like

  8. Republikein // november 23, 2016 om 00:59 //

    De schrijver laat zich uit over zijn afkeer van de gang der zaken, da’s toch niet verkeerd?

    Like

  9. Na vijf minuten? Dan moet je dit artikel toch wel minstens twee keer gelezen hebben. Het is verontrustend hoe de leesvaardigheid van ons publiek achteruit gaat.

    Like

  10. Esperanza // november 23, 2016 om 01:15 //

    Nee, niks mis mee, Republikein, maar spoorde mij niet aan tot verder lezen..

    Like

  11. Esperanza // november 23, 2016 om 01:19 //

    Rommel, ik heb het aantal leestekens in de tekst niet geteld maar maak me sterk dat d’r meer dan 1600 woorden in het verhaal staan.😉

    http://www.buzzcapture.com/2014/07/de-ideale-lengte-van-een-blogpost-en-meer-op-het-internet/

    Like

  12. Ah regeltjes voor blogposts.

    FTR !

    Like

  13. Republikein // november 23, 2016 om 01:22 //

    De stijl van Pennings, wie kan daar aan tippen?
    Niet zo veel vermoed ik.

    Like

  14. Esperanza // november 23, 2016 om 01:39 //

    Ja, hij heeft ongetwijfeld literaire kwaliteiten, die Pennings, alleen jammer dat ie ook met zijn bondgenoten heibel schopt.

    Like

  15. bedonderde burger nr 16.000.001 // november 23, 2016 om 08:55 //

    Voor de goede orde, dit is de eerste versie. Alles wat ik heb geschreven in ‘Gestoorde roofridders’ kan ik in een roman kwijt zonder problemen, denk ik, dan is het fantasie.
    Het verhaal is niet nieuw, het is gewoon wat momenteel plaatsvindt.
    Gestoorde roofridders laat ik voor wat het is, heb geen behoefte aan Gestapo aan mijn deur.
    Dat is de reden waarom ik het nu als roman verpak. Het is niet perse geschreven voor mensen hier, die kennen dit wel. Ik wil het ook uitgeven via internet om zoveel mogelijk mensen wakker te krijgen.

    Like

  16. Vind het een beetje geschreven in de stijl zo als je ook verhalen tegen komt in dat maand blad, Readers Digest, wat je veel bij oudere op de tafel kan vinden.

    Like

  17. ik vond het geweldig, deed me een beertje denken aan de grijze muizer, maar ik denk met wat correcties een verhaal dat een groot deel van de bevolking aan zou spreken, eigenlijk iets om vooral kinderen wakker te schudden…iets meer alinea’s, om wat rust in het verhaal te houden zou ik als advies geven, verder vooral doorgaan, ik was mijn mes al aan het slijpen en mijn oude uniform is de was in. misschien moeten we gewoon de straat op, gewoon beginnen en niet zoals 80 jaar geleden wachten tot het onze beurt is om op transport te gaan.

    waarom kinderen; afgelopen weekeinde had ik met mijn kinderen een gesprek en ze waren ofwel voor Clinton, of voor Bernie Sanders….
    de jongsten halen hun nieuws en kennis uit jeugdjournaal en mainstream media, de oudste via internet en amerikaanse vrienden.
    ik ben geschrokken van hun reactie toen ik zei dat ik blij was dat het Trump was die won en niet Clinton, hun onbegrip…..en ik heb een goede verstandhouding met mijn kids.

    ik laat ze vrij in hun keuzes, enkel vraag ik ze om bij bijvoorbeeld een aankoop van een mobiel eerst de recenties te lezen van gebruikers en zelf te gaan vergelijken met andere toestellen, idem met nieuws en om zelf ook te denken als er dingen worden verteld of geschreven. klopt het wel, kan het wel wat er word gezegd of beloofd. nou ja, dat soort dingen. ik vind het misdadig om kinderen op te voeden met een geloof, omdat geloven een persoonlijke beleving is en niet iets wat je moet leren. je moet leren denken, voelen en daar een balans in vinden. en geloof komt op je pad of het komt niet. de jehova waar ik ooit mee werkte heb ik destijds gevraagd of hij kinderen wilde die als mens leefden of als slaafse volgeling, hij ontweek het antwoord.

    ik heb mijn kinderen gevraagd om op internet de verschillende meningen en hun redenen te zoeken betyreffende Clinton en Trump, maar door de vele leugens is het moeilijk voor kinderen om nog een waarheid te ontdekken. ik vind dat het vervalsen van zaken en vooral geschiedkundig een misdaad is tegen vele toekomstige generaties, een onvergeefelijke misdaad.
    vele journalisten en hoofdredacteurs horen in dit land aan een boomtrak te bengelen, net als vele leerkrachten en politici, voor het verzieken van een volk en het verkankeren van een samenleving. zoals ik ooit al schreef, angst is de motivatie, angat dat anderen een fijn leven zouden hebben, in vrijheid, zonder dat de opgelegde moraal er ook maar part noch deel aan heeft….

    ga door Bedonderde burger, zal ik een gedicht maken over vrijheid en mens zijn, over leven als mens of sterven als slaaf.

    Like

  18. bedonderde burger nr 16.000.001 // november 23, 2016 om 12:06 //

    Ik vrees dat velen een verkeerde indruk hebben, het is eigenlijk een heel saai boek met veel geschiedenis die ik, omdat veel van mijn meningen niet gewaardeerd zullen worden door linkse vrienden, gedwongen in een soort fantasie raam plaats.
    Gestoorde roofridders is 200 pagina’s en veel stukken daaruit wens ik in ‘De dagen voor Nederia’ te plaatsen. Ik wil dat mensen nadenken, niemand hoeft het met mij eens te zijn, zelf denken en niet klakkeloos volgen daar gaat het mij om in deze tijd van braaf twitter ‘volger’ zijn.
    Om een Nobelprijswinnaar te citeren:
    DON’T FOLLOW LEADERS, WATCH THE PARKET METERS

    Like

1 Trackback / Pingback

  1. De dagen vóór Nedaria (Deel 2) – Fenixx.org

Reageer ook

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s

%d bloggers op de volgende wijze: